ALGEMENE WAARSCHUWINGEN
PERSOONLIJKE EN OPERATIEVE RICHTLIJNEN
Het achterframe (als gemonteerd) is ontworpen om de accu's,
besturingsmechanisme, hoofdregulateur, kabelsets en elektronische
verbindingen te bedekken.
Verwijder het paneel enkel:
1. om stekkers aan of uit te schakelen.
2. voor demonteren van de scooter voor transport.
3. om accu's te verwijderen of te plaatsen.
4. om de zithoogte aan te passen.
Ga NOOIT op de panelen staan, enkel op de voetsteun.
Ga NOOIT op de stoel van de scooter staan.
Probeer NOOIT in of uit de scooter te stappen zonder eerst te controleren
of hij BEVEILIGD is. Onveilige transfers kunnen leiden tot lichamelijk
letsel en/of schade.
Bestuur uw scooter NIET wanneer de stoel niet is vergrendeld in de
VOORWAARTSE positie. De stoel moet zijn vergrendeld in de
VOORWAARTSE rijrichting VOOR en TIJDENS het besturen van de
scooter. Wanneer u probeert de scooter te gebruiken wanneer de stoel
niet in de voorwaartse positie is vergrendeld, kan dit leiden tot schade en/
of lichamelijk letsel.
Gebruik de scooter NIET zonder ervoor te zorgen dat de stuurkolom
goed is aangepast en vergrendeld. Na het aanpassen van de stuurkolom
moet u controleren of de stuurkolom is vergrendeld VOOR u de scooter
gaat besturen. Om dit te controleren duwt en trekt u zachtjes aan de
stuurkolom.
Een onvergrendelde stuurkolom kan leiden tot schade en/of lichamelijk
letsel.
Probeer NOOIT een loopplank of helling van meer dan 7 graden op of af
te rijden.
Wanneer u op loopplanken of hellingen rijdt en de bedieningshendel
loslaat, zal de scooter terug rollen.
Wanneer u vooruit rijdt, zal de scooter ongeveer 30 cm voorruit rijden voor
de remmen in werking treden.
Wanneer u achteruit rijdt, zal de scooter ongeveer 30 cm achteruit rijden
voor de remmen in werking treden.
7