5 Gebruikersinterface
5
Gebruikersinterface
VOORZICHTIG
▪ Raak de interne delen van de controller NOOIT aan.
▪ Verwijder het voorpaneel NIET. Sommige onderdelen
in het toestel aanraken is gevaarlijk en kan problemen
met het toestel veroorzaken. Neem contact op met uw
dealer voor controle en afstelling van de interne delen.
OPMERKING
Veeg het bedieningspaneel van de controller NIET af met
benzine,
thinner,
reinigingsdoeken
producten, enz. Het paneel kan verkleuren of de coating
kan
afschilferen.
Dompel
bedieningspaneel een doek in met water verdund neutraal
detergent, wring de doek goed uit en veeg er dan het
paneel mee schoon. Veeg het daarna af met een andere
droge doek.
OPMERKING
Druk NOOIT op de knop van de gebruikersinterface met
een hard en puntig voorwerp. De gebruikersinterface kan
beschadigd raken.
OPMERKING
Trek of draai NOOIT aan de elektrische draad van de
gebruikersinterface. Dit kan een storing van de unit
veroorzaken.
Deze gebruiksaanwijzing geeft een niet-beperkend overzicht van de
belangrijkste functies van het systeem.
Voor
meer
informatie
over
gebruiksaanwijzing van de geïnstalleerde gebruikersinterface.
6
Werking
6.1
Werkingsbereik
Voor combinatie met R410A-buitenunit
Buitenunits
Temperatuur
RZQ250
Buiten
Binnen
RZQG125
Buiten
Binnen
RZQSG125
Buiten
Binnen
RR125
Buiten
Binnen
RQ125
Buiten
Binnen
Binnenvochtigheid
Montagehandleiding en gebruiksaanwijzing
10
met
chemische
bij
een
sterk
vervuild
de
gebruikersinterface,
zie
Koelen
Verwarmen
–5~46°C droge
–15~15°C natte
bol
bol
14~28°C natte
10~27°C droge
bol
bol
–15~50°C droge
–
bol
20~15,5°C natte
bol
12~28°C natte
10~27°C droge
bol
bol
–15~46°C droge
–
bol
15~15,5°C natte
bol
14~28°C natte
10~27°C droge
bol
bol
–15~46°C droge
—
bol
12~28°C natte
—
bol
–5~46°C droge
–10~15°C natte
bol
bol
12~28°C natte
10~27°C droge
bol
bol
(a)
≤80%
(a)
Om te voorkomen dat er condens wordt gevormd en water uit de
unit druppelt. Als de temperatuur of de vochtigheid buiten deze
limieten valt, kunnen beveiligingen geactiveerd worden, waardoor
de unit mogelijk niet functioneert.
Voor combinatie met R32-buitenunit
Buitenunits
Temperatuur
RZAG125
Buiten
Binnen
RZASG125
Buiten
Binnen
Binnenvochtigheid
(a)
Om te voorkomen dat er condens wordt gevormd en water uit de
unit druppelt. Als de temperatuur of de vochtigheid buiten deze
limieten valt, kunnen beveiligingen geactiveerd worden, waardoor
de unit mogelijk niet functioneert.
de
6.2
Over bedrijfsstanden
INFORMATIE
Afhankelijk van het geïnstalleerde systeem, zijn sommige
bedrijfsstanden niet beschikbaar.
▪ De luchtstroomsnelheid kan zich automatisch aanpassen aan de
kamertemperatuur of de ventilator kan onmiddellijk stoppen. Dit is
echter geen storing.
▪ Als de hoofdvoeding tijdens het gebruik wordt uitgeschakeld,
wordt de unit automatisch herstart zodra de voeding weer wordt
ingeschakeld.
▪ Instelpunt. Streeftemperatuur voor koelen, verwarmen en
automatische stand.
▪ Setback. Een functie die de kamertemperatuur binnen een
bepaald bereik houdt wanneer het systeem uitgeschakeld is (door
de gebruiker, de programmafunctie of de uitschakeltimer).
6.2.1
Basis bedrijfsstanden
De binnenunit kan in verschillende bedrijfsstanden werken.
Symbool
Koelen. In deze stand wordt koelen geactiveerd
volgens de vereisten van het instelpunt of de setback-
werking.
Verwarmen. In deze stand wordt verwarmen
geactiveerd volgens de vereisten van het instelpunt of
de setback-werking.
Alleen ventilator. In deze stand wordt er lucht
gecirculeerd, zonder verwarmen of koelen.
Koelen
Verwarmen
–20~52°C droge
–20~24°C droge
bol
bol
–20~18°C natte
bol
17~38°C droge
10~27°C droge
bol
bol
12~28°C natte
bol
–15~46°C droge
–15~21°C droge
bol
bol
–
15~15,5°C natte
bol
20~38°C droge
10~27°C droge
bol
bol
14~28°C natte
bol
(a)
≤80%
Bedrijfsstand
FDA125A5VEB
Split-systeem airconditioners
4P494410-1D – 2022.10