Controleer of de round trip-tijd voor de ping wordt weergegeven.
Als u het apparaat kunt pingen, controleert u of het IP-adres voor het apparaat juist is
geconfigureerd op de computer. Als het IP-adres juist is geconfigureerd, verwijdert u het apparaat
en voegt u dit opnieuw toe.
Als de ping-opdracht is mislukt, controleert u eerst of de netwerkhubs zijn ingeschakeld en kijkt u
vervolgens of de netwerkinstellingen, het apparaat en de computer alle voor hetzelfde netwerk
zijn geconfigureerd.
5.
Zijn er programma's aan het netwerk toegevoegd?
Controleer of deze compatibel zijn en correct zijn geïnstalleerd
6.
Is het protocol ingeschakeld?
Gebruik de geïntegreerde webserver om de status van de protocollen te controleren.
7.
Wordt het apparaat weergegeven in HP Web Jetadmin of een ander beheerprogramma?
Controleer de netwerkinstellingen in het netwerkconfiguratiescherm.
●
Bevestig de netwerkinstellingen voor het apparaat via het bedieningspaneel van het
●
apparaat.
Fabrieksinstellingen herstellen
Volg deze stappen om de fabrieksinstellingen te herstellen:
1.
Raak de knoppen Beheer,
2.
Raak de knoppen aan van de subsystemen waarvan u de fabrieksinstellingen wilt herstellen en
raak vervolgens de knop
Contact opnemen met de ondersteuning van HP
Zie
www.hp.com/support
94
Hoofdstuk 9 Problemen oplossen
Algemene instellingen
Herstellen
aan.
voor contactgegevens voor ondersteuning.
en
Fabrieksinstellingen terugzetten
aan.
NLWW