Zorg dat de deur van de kachel steeds goed gesloten is. Stook nooit met open deur.
Vul tijdig brandstof bij. Vul nooit teveel ineens. Best is de vuurhaard tot maximaal
een derde te vullen en regelmatig bij te vullen.
Open de vuldeur steeds langzaam en open ze steeds voor een zo kort mogelijke tijd.
Vooraleer wordt bijgevuld, zorg ervoor dat het houtskoolbed gelijkmatig over de
stookvloer verdeeld wordt, en ga na dat er net achter het vuurrooster voldoende
gloed
is
zodat
aanmaakluchtschuif onderaan voor een tijdje.
Wanneer het hout los gestapeld wordt,
zal het zeer vlug verbranden omdat de
zuurstof elk stuk hout gemakkelijk kan
bereiken. Deze stapeling gebruikt men
wanneer men kort wil stoken. Wanneer
het hout compacter gestapeld wordt, zal
het langzamer verbranden aangezien de
lucht slechts bepaalde stukken hout kan
bereiken. Het hout wordt best op deze
manier gestapeld wanneer men voor een
langere tijd wil stoken.
Wanneer u langdurig hout op een lage stand stookt, kan er zich in de schoorsteen
een afzetting van teer en creosoot vormen. Teer en creosoot zijn zeer brandbaar.
Als deze stoffen zich teveel afzetten in de schoorsteen, kan er bij een plotse hoge
temperatuur een schoorsteenbrand ontstaan. Daarom is het noodzakelijk regelmatig
het toestel flink door te stoken, zodat geringe afzettingen van teer en creosoot on-
middellijk verdwijnen.
Bij een te lage stand gaat er zich ook teer afzetten op de ruit en de deuren.
Het is beter, bij milde buitentemperatuur, de kachel slechts enkele uren per dag in-
tens te laten branden.
4.4.
Ontassen
Onderaan de vuurhaard is het toestel voorzien van een ope n-
schuivend of wegneembaar ontassingsrooster. Voor het verwij-
deren van de assen opent u het ontassingsrooster (zie figuur),
zodat de assen met het trekschepje in de asbak kunnen wor-
den geveegd. Met de bijgeleverde "koude" hand kan de asbak
uit het toestel genomen worden (zie figuur).
Van hout hebt u relatief weinig assen en is het niet nodig uw
toestel elke keer te ontassen, het stoken van hout in een asbed
geeft overigens een betere verbranding.
4.5.
Doven
Vul geen brandstof bij en laat de kachel gewoon uitgaan.
Als een vuur getemperd wordt door de luchttoevoer te verminderen, komen veel
schadelijke stoffen vrij. Het vuur moet daarom vanzelf uitbranden en mag pas verla-
ten worden als het goed gedoofd is.
4.6.
Weersomstandigheden
Waarschuwing!
Bij nevel en dichte mist wordt de afvoer van de rookgassen door de schoorsteen
sterk bemoeilijkt, en kunnen rookgassen neerslaan en stankoverlast geven. Indien
het niet echt nodig is, kunt u beter onder deze weersomstandigheden niet stoken.
425CB-550CB
de
vulling
onmiddellijk
vuur
vat.
losse stapeling
10
Open
desnoods
compacte stapeling
03.27986.000
de