De computer of apparaten toevoegen of vervangen
Nadat de printer verbinding heeft gemaakt met het netwerk, maakt u verbinding tussen de printer en het apparaat
dat u wilt gebruiken (computer, smart device, tablet, enz.).
Gerelateerde informatie
"Wifi-instellingen configureren door de SSID en het wachtwoord in te voeren" op pagina 194
&
"Wi-Fi-instellingen configureren via de drukknopinstelling (WPS)" op pagina 195
&
"Wi-Fi-instellingen configureren via de pincode-instelling (WPS)" op pagina 197
&
Wifi-instellingen configureren door de SSID en het wachtwoord in te voeren
U kunt wifi-netwerk instellen door op het bedieningspaneel van de printer de gegevens in te voeren die benodigd
zijn voor het maken van een verbinding met een draadloze router. Als u op deze wijze de instellingen wilt
configureren, hebt u de SSID en het wachtwoord van de draadloze router nodig.
Opmerking:
Als u een draadloze router met de standaardinstellingen gebruikt, gebruikt u de SSID en het wachtwoord die op het label
vermeld staan. Als u de SSID en het wachtwoord niet weet, zie dan de informatie die bij de draadloze router is geleverd.
1. Selecteer
Als u een item wilt selecteren, gebruikt u de knoppen
2. Selecteer Wi-Fi (aanbevolen).
Als de printer al is verbonden via Ethernet, selecteert u Router.
3. Druk op de knop OK om het volgende scherm weer te geven.
Als de netwerkverbinding al is ingesteld, worden de verbindingsdetails weergegeven. Selecteer Instellingen
wijzigen om de instellingen te wijzigen.
op het startscherm.
>
De netwerkverbinding opnieuw instellen
u d l r
en drukt u op de knop OK.
194
>