polig van het stroomnetwerk gescheiden. De rest van het thuisnet wordt in dit
geval niet van stroom voorzien.
Houd bij het leggen van kabels rekening met de volgende punten:
-
-
-
-
-
Automatische
Stroomschema's
noodstroomom-
Automatische noodstroomomschakeling 2-polige enkele scheiding - bijv. Duits-
schakeling 2-po-
land
lige enkele
Automatische noodstroomomschakeling 2-polige enkele scheiding - bijv. Frank-
scheiding bij-
rijk
voorbeeld Duits-
Automatische noodstroomomschakeling 2-polige enkele scheiding - bijv. Groot-
land, Frankrijk,
Brittannië
Groot-Brittan-
Automatische noodstroomomschakeling 2-polige enkele scheiding - bijv. Spanje
nië, Spanje
op pagina 216.
Bekabeling van noodstroomkring en niet-noodstroomkring:
Als niet alle verbruikers thuis bij stroomuitval van noodstroom worden voorzien,
moeten de stroomkringen worden onderverdeeld in noodstroomkringen en niet-
noodstroomkringen. De totale belasting van de noodstroomkringen mag hierbij
het nominale vermogen van de omvormer niet overschrijden.
De noodstroomkringen en de niet-noodstroomkringen moeten afzonderlijk van
elkaar worden beveiligd in overeenstemming met de vereiste veiligheidsmaatre-
gelen (aardlekschakelaar, automatische zekering enz.).
In noodstroombedrijf zijn alleen de noodstroomkringen door de beveiliging K1
universeel van het stroomnetwerk gescheiden en voor de noodstroomkringen
wordt een aardverbinding tot stand gebracht. De rest van het thuisnet wordt in
dit geval niet van stroom voorzien.
De hoofdcontacten van de beveiliging K1 moeten tussen de Fronius Smart
Meter en de omvormer of de aardlekschakelaar van de noodstroomkringen
worden geïnstalleerd.
De voedingsspanning voor de beveiliging K1 wordt door het openbare
stroomnetwerk geleverd en moet na de Fronius Smart Meter op fase 1 (L1)
worden aangesloten en dienovereenkomstig worden beveiligd.
De voedingsspanning van de beveiliging K1 wordt via een opencontact van re-
lais K3 onderbroken. Zo wordt voorkomen dat het noodstroomnet van de
omvormer wordt omgeschakeld naar het openbare stroomnetwerk.
Het sluitcontact van relais K3 geeft de omvormer feedback dat relais K3 de
vergrendeling heeft uitgevoerd.
Na de hoofdcontacten van K1 kunnen extra omvormers of andere wissel-
stroombronnen in de noodstroomkring worden geïnstalleerd. De bronnen
worden niet met het stroomnetwerk van de omvormer gesynchroniseerd, om-
dat dit noodstroomnet een frequentie van 53 Hz heeft.
op pagina 213.
op pagina 214.
op pagina 215.
91