9
|
Elektrische installatie
Uitgebreide handleiding voor de installateur
124
Smart Grid-contact
1
1
1
In geval van Smart Grid-laagspanningscontacten
Draden (Smart Grid-pulsmeter): 0,5 mm²
Draden (Smart Grid-laagspanningscontacten): 0,5 mm²
[9.8.4]=3 (Voeding met voordeel tarief elektriciteit =
Smart grid)
[9.8.5] Bedrijfsmodus Smart Grid
[9.8.6] Elektrische verwarmingstoestellen toestaan
[9.8.7] Kamerbuffering inschakelen
[9.8.8] Kw-instelling beperken
De bedrading van het Smart Grid in geval van laagspanningscontacten is als volgt:
X5M
3
4
5
6
9
10
2
1
S4S
S11S
S10S
a
Jumper (in de fabriek gemonteerd). Als u ook een veiligheidsthermostaat (Q4L) aansluit, vervang de jumper
dan door de draden van de veiligheidsthermostaat.
S4S
Smart Grid-pulsmeter
1
Smart Grid-laagspanningscontact 1
/S10S
2
Smart Grid-laagspanningscontact 2
/S11S
1 Sluit de bedrading als volgt aan:
A
B
C
2
0
2 (aanbevolen AAN)
1
3 (gedwongen AAN)
13
14
a
A
X5M.4
X5M.3
X5M.10
X5M.9
X5M.6
X5M.5
Smart-Grid-bedrijfsmodus
S4S
1
S10S
2
S11S
ERGA04~08EAV3(A) + EHBH/X04+08EA/EJ6V+9W
Daikin Altherma 3 R W
4P629085-1 – 2020.08