5.3 Elektrische aansluitingen
!
GEVAAR
Gevaar voor levensbedreigende elektrische
schokken!
Bij de elektrische aansluiting de toepasselij ke
elektrotechnische voorschriften en ongeval-
lenpreventievoorschriften van het land van
bestemming in acht nemen!
Geldende voorschriften in Duitsland:
− VDE-voorschriften
− Ongevallenpreventievoorschriften van de
vakverenigingen.
!
GEVAAR
Levensgevaar door vorming van een explo-
siegevaarlij ke atmosfeer!
Bij de montage en installatie in explosiege-
vaarlij ke zones de toepasselij ke norm van het
land van bestemming in acht nemen!
Geldige norm in Duitsland:
− EN 60079-14: 2008; VDE 0165-1:
'Explosieve atmosferen: ontwerp, keuze en
opstelling van elektrische installaties.'
EB 3967 NL
Voorbereidende maatregelen
!
WAARSCHUWING
Opheffi ng van de explosiebescherming door
fouten bij de elektrische aansluiting!
− Klembezetting aanhouden!
− Gelakte schroeven in of aan de behuizing
niet losdraaien!
− Maximumwaarden van de EG-typegoed-
keuring (U
of U
, l
i
0
en L
of L
) voor het aaneenschakelen van
i
0
de intrinsiek veilige elektrische bedrij fsmid-
delen niet overschrij den!
Selectie van kabels en leidingen
Voor de installatie van de intrinsiek vei-
lige stroomcircuits EN 60079-14: 2008;
VDE 0165 deel 1, paragraaf 12 in acht
nemen!
Voor het plaatsen van meerdere aders
bevattende kabels en leidingen met meer
dan een intrinsiek veilig stroomcircuit
geldt paragraaf 12.2.2.7.
Radiale dikte van de isolatie van de lei-
ding voor algemeen gangbare isolatie-
stoffen, zoals bv. polyethyleen:
min. 0,2 mm.
Diameter van een individuele draad in
een leiding met fij ne draden:
min. 0,1 mm.
Leidingsuiteinden beveiligen tegen uitra-
felen, bv. met adereindhulzen.
Niet gebruikte kabeldoorvoerleidingen
afsluiten met draadnippels.
Bij gebruik in omgevingstemperaturen
onder –20 °C: metalen kabelwartel
gebruiken.
of I
, P
of P
: C
of C
i
0
i
0
i
0
33