13.3
Onderhoudswerkzaamheden
Om onderhoud te kunnen verrichten moeten de volgende handelingen uitgevoerd worden:
-
schakel het toestel uit;
-
verwijder de schroef achter het deurtje;
-
til de mantel iets op en neem de mantel naar voren weg.
Luchtkast
-
verwijder de luchtkast;
-
reinig de luchtkast met een doek en een niet schurend schoonmaakmiddel;
Ventilatorunit en brandercassette
-
haal de stekkerverbinding van het gasblok en de ventilator los;
-
draai de koppeling van het gasblok los;
-
vervang de gasblokpakking door een nieuwe;
-
draai de voorste kruiskopschroef van de luchtaanzuigdemper los;
-
draai nu de linker en rechter knevelstang een kwartslag en trek deze naar voren
eruit. Let hierbij op de draairichting (rode controlenokjes);
-
neem nu de complete ventilatorunit met gasblok van de warmtewisselaar naar
voren weg;
-
verwijder de brandercassette uit de ventilatorunit;
-
controleer de brandercassette op slijtage, vervuiling en eventuele breuk. Reinig de
brandercassette met een zachte borstel en een stofzuiger. Vervang bij breuk altijd
de hele brandercassette;
-
vervang de pakking tussen brander en bovenbak en de pakking tussen bovenbak
en wisselaar;
-
controleer de venturi en de gasluchtverdeelplaat op vervuiling en reinig deze, indien
noodzakelijk, met een zachte borstel in combinatie met een stofzuiger. Als de
luchtkast sterk vervuild is met stof, is het aannemelijk dat de ventilatorwaaier ook
vervuild is. Om deze te reinigen moet de ventilator gedemonteerd worden van de
bovenbak en van de venturi. Reinig de waaier met een zachte borstel en stofzuiger.
Vervang daarbij de pakking en let op tijdens het monteren van de ventilator-
onderdelen dat de nieuwe pakking juist gemonteerd wordt.
Warmtewisselaar
-
controleer de warmtewisselaar op vervuiling. Reinig deze, indien nodig, met een
zachte borstel en een stofzuiger. Voorkom dat eventuele vervuiling naar beneden
valt.
Het van bovenaf doorspoelen met water door de wisselaar is niet toegestaan.
Montage geschiedt in omgekeerde volgorde.
Let tijdens montage op het juist positioneren van de knevelstangen. Deze
dienen verticaal te staan.
Ontstekingselectrode
Het vervangen van de ontstekingselektrode is alleen noodzakelijk als de pennen
versleten zijn.
Dit is te constateren door de ionisatiestroom te meten. De minimale ionisatiestroom
dient groter te zijn dan 2,5 µA op vollast.
Als het kijkglas beschadigd is moet de gehele ontstekingselektrode vervangen
worden.
Vervanging gaat als volgt:
-
neem de stekkerverbindingen op de ontstekingelectrode weg;
-
druk de clips aan weerszijden van de electrode naar buiten en neem de electrode
weg;
-
verwijder en vervang de pakking;
Montage geschiedt in omgekeerde volgorde.
29