Hoofdstuk 3
Bediening
Functies van het toetsenpaneel
AAN/UIT-toets
Pijltoetsen ()
(enter)-toets
Pijltoetsen ( en )
en menu-softkeys
Veel voorkomende termen
In deze handleiding komen enkele termen voor die in verschillende
contexten kunnen worden gebruikt. Hieronder volgt een korte uitleg van de
betekenis van die termen.
Meting
Test ID
U zet de Model 9535/9535-A aan en uit door op
deze toets te drukken. Tijdens het opstarten toont
de display achtereenvolgens de volgende
gegevens: modelnummer, serienummer,
softwareversie en laatste kalibratiedatum.
Met deze toetsen kunt u tijdens het instellen van
een parameter door de menukeuzes scrollen.
Indrukken om een ingevoerde waarde of optie te
accepteren.
Met de pijltoetsen kunt u tijdens het instellen van
een parameter de menukeuzes wijzigen. Druk op
de softkey Menu om de menu-opties te openen, te
weten Display Setup (display-indeling), Settings
(instellingen), Flow Setup (flowwaarde instellen),
Actual/Std Set up (reële/standaard instellingen),
Data Logging (gegevens loggen) en Calibration
(kalibratie).
Een meting (monster) bestaat uit alle
metingswaarden die tegelijkertijd zijn opgeslagen.
Een groep samples. Voor elke test ID worden
statistische waarde-eenheden (gemiddelde,
minimum, maximum en telling) berekend. Het
maximumaantal test ID's bedraagt 100.
5