6.6
Justeren
Omdat de waarde van de valversnelling niet op elke plek op aarde gelijk is, dient elke
afleesinrichting met een aangesloten weegschaalplateau aangepast te worden -
conform de weegregel voortvloeiende uit regels van natuurkunde - aan de
valversnelling op de plaats van installatie van de weegschaal (enkel indien de
weegschaal niet eerder in fabriek is gejusteerd op de plaats van installatie). Een
dergelijk justeerproces dient men uit te voeren bij eerste ingebruikname, na elke
wijziging van locatie van de weegschaal als ook bij temperatuurschommelingen van
de omgeving. Om precieze meetwaarden te bereiken is het aanbevolen om
aanvullend cyclisch de afleeseenheid te justeren ook in de weegmodus.
Het vereiste kalibratiegewicht voorbereiden.
Het gebruikte kalibratiegewicht is afhankelijk van het weegbereik van
het weegsysteem. Zo mogelijk dient het justeren te worden uitgevoerd
met een gewicht gelijk aan de maximale belasting van het
weegschaalsysteem. Gegevens over de controlegewichten zijn te vinder
onder het internetadres http://www.kern-sohn.com.
Voor stabiele omgevingsomstandigheden zorgen. Vereiste
opwarmingstijd verzekeren voor de stabilisatie van de weegschaal.
Justeren doorvoeren:
Bij een justeerfout of een onjuist kalibratiegewicht verschijnt op display de
melding ―CAL E‖. Het justeren herhalen.
11
De weegschaal met de toets
De toets
verschijnt kort, en vervolgens verschijnt de blinkende
waarde van het kalibratiegewicht.
Hier ―een voorbeeld ―30.000 kg‖
(Grootte van het kalibratiegewicht kan in het menu
gekozen worden, menupunt ―CAL‖.)
Het vereiste kalibratiegewicht voorzichtig in het midden
van het weegschaalplateau plaatsen en met de toets
bevestigen.
De aanduiding ―CAL F‖ verschijnt, en de weegschaal wordt
terug in de weegmodus gezet.
Bij dezen is het justeren succesvol voltooid.
gedrukt houden, de aanduiding ―CAL‖
KDE-T-BA_IA-nl-1210
aanzetten.