Motor-Membraandoseerpompen MEMDOS LB
8.5 Vloeistofzijdige toebehoren
Het volgende hoofdstuk verschaft een overzicht van de installatiemoge-
lijkheden.
Let er op dat deze gebruikershandleiding geen vervanging is voor de bij
de toebehoren meegeleverde handleidingen. Voor aanwijzingen betref-
fende de veiligheid en de exacte montage gelden de overeenkomstige
product begeleidende documenten.
8.5.1 Injectiestuk
Wanneer de persleiding naar een hoofdleiding voert, kan het beste een
injectiestuk toepast worden.
Injectiestukken vervullen een wezenlijke functie:
Doseren van het medium in de hoofdleiding
n
Verhinderen van terugstroming in de persleiding door een terugslag-
n
ventiel
Aanwijzing voor montage:
Injectiestukken in dubbelkogel-uitvoeringen moeten loodrecht van
n
onder in de hoofdleiding ingebouwd worden. Slaginjectiestukken en
veerbelaste injectiestukken zijn naar keuze in te bouwen.
Bij doseervloeistoffen welke neigen naar kristalvorming is het raad-
n
zaam om deze van onder in de hoofdleiding te monteren. Daardoor
wordt verhindert dat er lucht/gasbellen ingesloten worden.
Vele vloeistoffen neigen ertoe om de injectiestukken te verontreinigen
n
waardoor verstoppingen kunnen ontstaan. In zulke gevallen is het aan
te bevelen om een injectiestuk te kiezen welke eenvoudig uitgebouwd
en afgesloten kan worden.
8.5.2 Overstortventiel
Overstortventielen vervullen een belangrijke veiligheidsfunctie voor be-
scherming van de doseerpomp en de bijbehorende leidingen en armatu-
ren. De doseerpomp kan een veelvoud van de normaaldruk opleveren.
Door een geblokkeerde persleiding kan het tot uittreding van te doseren
vloeistof leiden.
Ontoelaatbare hoge druk kan ontstaan wanneer:
Afsluiters ondanks lopende doseerpomp gesloten worden
n
Leidingen verstoppen
n
Een overstortventiel opent een by-pass-leiding bij overeenkomstige druk
en beschermt de installatie zo voor schade door te hoge druk.
Aanwijzing voor montage:
De retourleiding van de te doseren vloeistof moet terug naar de do-
n
seertank resp. naar een opvangbak gevoerd worden.
De druk in de doseertank mag niet te groot zijn waardoor de terugge-
n
voerde vloeistof daarin kan komen.
Alternatief kan de vloeistof terug geleid worden in de zuigleiding voor
n
de doseerpomp. In dit geval mag er in de zuigleiding geen terugslag-
ventiel resp. voetventiel aanwezig zijn.
Het overstortventiel moet zo dicht mogelijk bij de doseerkop geïnstal-
n
leerd worden.
© Lutz-Jesco GmbH 2022
Technische wijzigingen voorbehouden.
221202
8.5.3 Drukhoudventiel
Drukhoudventielen zijn nodig wanneer:
Sterk schommelende systeemdruk heerst
n
De druk aan de zuigzijde hoger is dan de perszijde, resp. wanneer in
n
drukloze leidingen gedoseerd moet worden
In zulke gevallen geeft dit zonder drukhoudventiel onnauwkeurige do-
seerresultaten resp. overdosering. Het drukhoudventiel lost de problemen
op door dat er een gedefinieerde constante tegendruk is.
Een drukhoudventiel is niet altijd nodig wanneer een slang-injectiestuk
gebruikt wordt en de daardoor ontstane tegendruk voldoende is.
8.5.4 Pulsatiedemper
Pulsatiedempers vervullen de volgende functie:
Demping van pulserende vloeistofstromen voor processen die een
n
pulsarme dosering nodig hebben.
Vermindering van de weerstand van de doorstroming bij lange leidin-
n
gen
Bij installatie aan de zuigzijde:
Demping van versnellings-massakrachten en reductie van slijtage
n
aan de doseerpomp
Verhindering van cavitatie (afbreken van de vloeistofstroom) door te
n
hoge snelheden
Pulsatiedempers vervullen ook belangrijke veiligheidsfuncties welke
voorkomen dat drukstoten ontstaan die leidingen in trilling brengen en tot
afscheuren kunnen leiden.
Dit probleem kan optreden bij:
Grote ampiltudes van de schommelingen
n
Grote lengtes van de leidingen (heftigheid van de pulsatie stijgt met de
n
lengte van de leiding)
Toepassing van star leidingwerk in plaats van flexibele slangen.
n
Aanwijzing voor montage:
De montage moet in de onmiddelijke nabijheid zijn van de plaats waar
n
drukpieken gedempt moeten worden (direct voor het zuigventiel resp.
direct achter het persventiel).
Pulsatiedempers moeten met daarachter geïnstalleerde sperafsluiters
n
resp. drukhoudventielen ingebouwd worden. Door juiste instelling van
de ventielen en afsluiters kan de demping van de pulsatie nog meer
geoptimaliseerd worden.
Om onnodige verliezen door leidingweerstand te voorkomen zal de
n
verbindingsleiding dezelfde nominale doorlaat als die van de pulsatie-
demper hebben.
Grotere pulsatiedempers en deze met slangaansluitingen moeten se-
n
paraat bevestigd worden.
Leidingwerk mag geen mechanische spanningen op de pulsatiedem-
n
pers overdragen.
BA-10407-05-V13
Bedieningsvoorschrift
Vloeistofzijdig installeren
25
Vloeistofzijdige toebehoren