Stap 3:
Geef de 2D-keystone aan.
Stap 4:
Geef de Auto-ingang aan.
De eerste instellingen zijn nu voltooid.
4. Als een wachtwoord wordt verlangd, voert u een wachtwoord van zes tekens in met behulp van de
pijltoetsen op de projector of afstandsbediening. Zie
details.
5. Zet de aangesloten apparatuur aan.
6. De projector zoekt beschikbare ingangssignalen. Het actueel gevonden ingangssignaal wordt op het
scherm weergegeven. Als de projector geen geldig signaal detecteert, verschijnt de melding "Geen
signaal". U kunt op de knop SOURCE op de projector of afstandsbediening drukken om het
gewenste invoersignaal te selecteren.
7. Als de horizontale frequentie van het ingangssignaal het bereik van de projector overschrijdt,
verschijnt de melding "Geen signaal" op het scherm. Dit bericht blijft op het scherm totdat u het
ingangssignaal op een geschikt signaal schakelt.
De projector uitschakelen
1. Druk op
op de projector of op
uitgeschakeld, verschijnt een bevestiging.
2. Druk nogmaals op
oranje en de ventilatoren blijven ongeveer twee minuten draaien
om de lamp af te koelen. Tijdens het afkoelen reageert de
projector niet op opdrachten.
3. Als het afkoelen is voltooid, is de "Uitschakeltoon" te horen en
brandt de POWER-indicator oranje.
Zie
Beltoon aan/uit
voor details over het uitschakelen van deze toon.
Als de projector gedurende langere tijd niet wordt gebruikt, trek
dan het netsnoer uit het stopcontact.
Probeer de projector niet onmiddellijk weer in te schakelen als deze net is uitgeschakeld, aangezien grote
hitte nadelig is voor de levensduur van de lamp.
De daadwerkelijke levensduur van de lamp kan variëren, afhankelijk van de omgevingsomstandigheden en
het gebruik.
op de afstandsbediening. Als de projector wordt
of
. De POWER-indicator knippert
De wachtwoordbeveiliging gebruiken
voor
Bediening
23