Liquiphant FTL51B
7
Inbedrijfname
7.1
Installatiecontrole
Waarborg voor de inbedrijfname van het meetpunt, dat de controles voor de installatie en
voor de aansluiting zijn uitgevoerd:
•
Checklist hoofdstuk "Controle voor de installatie"
A
•
Checklist hoofdstuk "Controle voor de aansluiting"
A
7.2
Inschakelen van het meetinstrument
Gedurende de opstartperiode, is de uitgang van het instrument in de veilige status of in de
alarmstatus indien beschikbaar:
• Voor de elektronicamodule FEL61 geldt, dat de uitgang zich in correcte toestand zal
bevinden, maximaal 4 s na opstarten van het instrument.
• Voor de elektronicamodule FEL62, FEL64, FEL64DC geldt, dat de uitgang zich in correcte
toestand zal bevinden, maximaal 3 s na opstarten van het instrument.
• Voor elektronicamodules FEL68 NAMUR en FEL67 PFM, wordt een functietest altijd
uitgevoerd na het opstarten. De uitgang is in correcte toestand na maximaal 10 s.
7.3
Maken van een verbinding via SmartBlue (app)
Zie voor meer informatie de bedieningshandleiding.
7.4
Meer informatie
Meer informatie en documentatie is beschikbaar via de Endress+Hauser website:
www.endress.com
Endress+Hauser
→ Downloads.
Inbedrijfname
39