Tip: is een printer-module aangesloten, print dan met functie 13 eerst een overzicht van de
geprogrammeerde PIN-codes.
In- en uitschakelen van het systeem
Het in- en uitschakelen van de AlphaVision NG gebeurt meestal met behulp van een LCD bedieningspaneel.
Een andere mogelijkheid is te schakelen met behulp van een sleutelschakelaar. Bij in- en uitschakeling zal
tevens, afhankelijk van de programmering, een inloop- of uitloopsignaal te horen zijn via de interne buzzer
van het bedieningspaneel. Door middel van verschillende signalen via de buzzer is onderscheid gemaakt in
een inloop- en uitloopsignaal.
Schakelen met behulp van een PIN-code met niveau 0
Wanneer de centrale in rust is en er wordt een code van niveau 0 ingetoetst, dan zullen direct de aanwezige
RO modules aangestuurd worden. Het bedieningspaneel komt direct weer terug in de ruststand, er verschijnt
niets op het display. Ook het gebruik van 2-cijferige PIN-codes bij niveau 0 is toegestaan.
Inschakelen met behulp van een PIN-code met niveau 1
Wanneer de centrale in rust is en er wordt een code van niveau 1 ingetoetst, dan verschijnt in het display de
tekst:
Sectie: AB......
<#>=AAN
Wordt nu op de toets <#> gedrukt, dan worden de secties A en B ingeschakeld, indien dit mogelijk is. Was
sectie A al ingeschakeld, dan wordt B nu ook ingeschakeld. Er kan dus met een pincode van niveau 1 alleen
ingeschakeld worden. De toegewezen secties worden door de hoofdgebruiker of systeembeheerder (niveau
5) geprogrammeerd.
In- en uitschakelen met behulp van een PIN-code met niveau 2
Wanneer de centrale in rust is en er wordt een code van niveau 2 ingetoetst, dan verschijnt in het display de
tekst:
Sectie: AB......
<*>=UIT <#>=AAN
De gebruiker van deze PIN-code van niveau 2 kan nu met de toets <*> beide secties gelijktijdig uitschakelen
of met <#> beide secties gelijktijdig inschakelen. De toegewezen secties worden door de
hoofdgebruiker/systeembeheerder (niveau 5) of installateur geprogrammeerd.
In- en uitschakelen met behulp van een PIN-code met niveau 3, 4 of 5
Wanneer de centrale in rust is en er wordt een code van niveau 3,4 of 5 ingetoetst, dan verschijnt in het
display de tekst:
Aan: A.......
UIT: .Bcdefgh
Let op: de kleine letters cdefgh geven aan, dat met de ingetoetste PIN-code deze secties niet in- of
uitgeschakeld kunnen worden.
Het display wordt nu opgedeeld in twee regels. Alle secties op de bovenste regels zijn de secties die zijn of
worden ingeschakeld, alle secties op de onderste regel zijn secties die zijn of worden uitgeschakeld.
Wanneer op toets <1> gedrukt wordt, zal de A op de onderste regel komen. Wordt nogmaals op <1>
gedrukt, dan gaat de A weer naar de bovenste regel. Op dezelfde wijze beïnvloedt toets <2> de letter van
sectie B. De schakeling wordt pas doorgevoerd wanneer er op de toets <#> gedrukt wordt. Er kan bij een
PIN-code van niveau 3, 4 of 5 zowel in- als uitgeschakeld worden afzonderlijk per sectie. De toegewezen
secties worden door de hoofdgebruiker (niveau 5) of installateur geprogrammeerd.
Gebruikershandleiding AlphaVision NG
Rev. 2.2 10-08-2005 Blz. 13/36