Welkom bij UWATEC duikcomputers en dank u wel dat uw keuze is gevallen op de Galileo. U
bent nu tijdens uw duiken verzekerd van een zeer speciale partner. In deze handleiding maakt
u kennis met de moderne technologie van UWATEC en leest u meer over de belangrijkste
kenmerken en functies van de Galileo. Wilt u meer informatie over SCUBAPRO UWATEC
duikmaterialen, bezoek dan onze website op www.scubapro-uwatec.com.
- De Galileo functioneert alleen in de dieptemetermodus tot op een diepte van 330 meter.
- Als decompressiecomputer functioneert de Galileo tot op een diepte van 120 meter.
- Op een diepte tussen de 115 meter en 120 meter in de computermodus verschijnt ATT! ->
DIEPTEMETER op het display en op een diepte van meer dan 120 meter schakelt de automatisch
over naar de dieptemetermodus en kan de computer gedurende de rest van de duik niet meer
gebruikt worden als decompressiecomputer.
- Duiken bij een partiële zuurstofdruk van 1,6 bar (komt overeen met een diepte van 67 meter als
u perslucht ademt) of meer is buitengewoon gevaarlijk en kan ernstig letsel of de dood tot gevolg
hebben.
INHOUD
1.
1.1
1.2
1.3
1.4
1.5
1.6
SOS ........................................................................................................10
1.7
Vervangbare batterij .................................................................................10
1.8
1.9
2.
2.1
2.2
2.3
Duikinstellingen .......................................................................................15
2.3.1
2.3.2
2.3.3
2.3.4
2.3.5
2.3.6
2.3.7
2.3.8
! WAARSCHUWING
MB level ...................................................................................15
Dieptemeter .............................................................................15
Timer veiligh.stop .....................................................................15
2
Nitrox-resettijd ..........................................................................16
Watertype ................................................................................17
Desaturatie reset ......................................................................17
Stille modus .............................................................................18
3