1: Positie 1 (positie 9), 2: Positie 2 (positie 10), 3: Positie 3 (positie 11),
4: Positie 4 (positie 12), 5: Positie 5 (positie 13), 6: Positie 6 (positie 14),
7: Positie 7 (positie 15), 8: Positie 8 (positie 16)
Om het laden van de track ongedaan te maken, drukt u op de Performance
Pad terwijl u de [SHIFT]-knop ingedrukt houdt.
Een cue point of lus-punt instellen en aanroepen
Een cue point of lus-punt instellen
1 Pauzeer de track en verplaats de afspeelpositie naar waar u een
cue point of lus-punt wilt instellen.
2 Druk op de [CUE]-knop terwijl de track is gepauzeerd.
3 Druk op de [CUE/LOOP MEMORY]-knop.
Het cue point of lus-punt wordt opgeslagen.
Het cue point of lus-punt aanroepen
Druk op de [CUE/LOOP CALL ]- of [CUE/LOOP CALL ]-knop.
Het cue point of lus-punt wordt aangeroepen.
Het cue point of het lus-punt verwijderen
1 Druk op de [CUE/LOOP CALL ]- of [CUE/LOOP CALL ]-knop.
Het cue point of lus-punt wordt aangeroepen.
2 Druk op de [CUE/LOOP MEMORY]-knop terwijl u de [SHIFT]-knop
ingedrukt houdt.
Het cue point of lus-punt wordt verwijderd.
56
Nl
rekordbox