6 CUE/MIC REVERB-knop voor hoofdtelefoon
Druk op:
Het geluid van de kanalen waarvoor de [CUE]-knop voor
hoofdtelefoon wordt ingedrukt, wordt afgespeeld via de
hoofdtelefoon.
! Als u nogmaals op de [CUE]-knop voor hoofdtelefoon drukt, wordt
meeluisteren geannuleerd.
Als de ingangskeuzeschakelaar voor kanaal 3 of 4 op [MIC1] of
[MIC2] wordt gezet, kan de reverb-functie worden in-/uitgeschakeld.
Als de reverb-functie aan staat, kan het effect worden aangepast in
de hulpprogrammatuur voor instellingen.
= "Over het hulpprogramma voor instellingen" (p.32)
[SHIFT] + drukken:
Het tempo van het muziekstuk kan worden ingesteld door op de knop
te tikken. (Tikfunctie)
! Als u de tikfunctie gebruikt, verandert de weergave van het
deck-gedeelte op het scherm van de pc/Mac naar de weergave
[Beatgrid Editer]. Om de weergave van het deck-gedeelte terug
aan te passen naar hoe het er voordien uitzag, klikt u op [Edit
Grid] op het scherm van de pc/Mac.
7 CUE-knoppen voor hoofdtelefoon
Druk op:
Het geluid van de kanalen waarvoor de [CUE]-knop voor
hoofdtelefoon wordt ingedrukt, wordt afgespeeld via de
hoofdtelefoon.
! Als u nogmaals op de [CUE]-knop voor hoofdtelefoon drukt, wordt
meeluisteren geannuleerd.
[SHIFT] + drukken:
Het tempo van het muziekstuk kan worden ingesteld door op de knop
te tikken. (Tikfunctie)
! Als u de tikfunctie gebruikt, verandert de weergave van het
deck-gedeelte op het scherm van de pc/Mac naar de weergave
[Beatgrid Editer]. Om de weergave van het deck-gedeelte terug
aan te passen naar hoe het er voordien uitzag, klikt u op [Edit
Grid] op het scherm van de pc/Mac.
8 Kanaalfader
Verplaatsen:
Regelt het niveau van de geluidssignalen van elk kanaal.
[SHIFT] + verplaatsen:
Gebruikt de startfunctie van de fader.
= "De startfunctie van de kanaalfader gebruiken" (p.26)
9 CROSS FADER ASSIGN-schakelaar
Wijst het door het kanaal uitgestuurde geluidssignaal toe aan de
crossfader.
[A]: Wijst toe aan [A] (links) van de crossfader.
[B]: Wijst toe aan [B] (rechts) van de crossfader.
[THRU]: Selecteer dit als u de crossfader niet wilt gebruiken. (De
signalen gaan niet door de crossfader.)
! Als het microfoongeluid is geselecteerd met de
ingangskeuzeschakelaar van kanaal 3 of kanaal 4, kan het geluid
van dat kanaal niet worden toegewezen aan de crossfader,
ook niet als de [CROSS FADER ASSIGN]-schakelaar wordt
omgeschakeld.
a Crossfader
Speelt het geluid af dat is toegewezen met de [CROSS FADER
ASSIGN]-schakelaar.
[SHIFT] + verplaatsen:
Gebruikt de startfunctie van de crossfader.
= "De startfunctie van de crossfader gebruiken" (p.27)
b MASTER LEVEL-regelaar
Regelt het uitgangsniveau van het mastergeluid.
c Aanduiding masterniveau
Toont het geluidsniveau van het mastergeluid.
d SOUND COLOR FX-knop
Schakelt SOUND COLOR FX in/uit.
10
Nl
e MASTER CUE-knop
Zet deze knop aan om het mastergeluid af te spelen via de
hoofdtelefoon.
f BOOTH MONITOR LEVEL-regelaar
Regelt het niveau van de geluidssignalen die worden afgespeeld via
de [BOOTH OUT]-aansluiting.
g SAMPLER VOLUME-regelaar
Past het algehele geluidsniveau van de sampler aan.
Effectgedeelte
Dit gedeelte wordt gebruikt om twee effectgeneratoren (FX1 en FX2) te
bedienen. De regelaars en de knoppen om generator FX1 te bedienen,
bevinden zich aan de linker zijde van de controller, en die om generator
FX2 te bedienen, aan de rechter zijde van de controller. De kanalen
waarop het effect moet worden toegepast, worden ingesteld met behulp
van de [CH ASSIGN]-knoppen op het mengpaneel.
1 Regelaars effectparameters
Hiermee regelt u de parameters van de effecten.
2 FX BEATS-regelaar
Draaien:
Regelt de effecttijd.
[SHIFT] + drukken:
= "Omschakelen van de tempostand van het effect" (p.29)
3 Knoppen effectparameters
Druk op:
Schakelt het effect in/uit of wisselt van parameter.
[SHIFT] + drukken:
Schakelt het effecttype om.
4 FX1 CH ASSIGN-knoppen
Schakelt de effectgenerator FX1 in/uit voor elk kanaal.
5 FX2 CH ASSIGN-knoppen
Schakelt de effectgenerator FX2 in/uit voor elk kanaal.