De wijziging in de configuratie is alleen doorgevoerd in de
interface van de Sentara Software op de mobile 2.
Om deze wijziging effectief te laten worden voor het
systeem dient de configuratie te worden verzonden naar
het corresponderende onderstation. Dit dient te worden
uitgevoerd met de SCHRIJF functie, tevens adviseren wij
om vervolgens de wijziging op te slaan met de hulp van de
Volg voor deze toepassing a.u.b. de stappen zoals
beschreven in de secties 4.1.2 en 4.1.3.
De schakelingangen die bezet zijn worden getoond in de MONITOR functie. De ingangen die Niet
gebruikt zijn worden in grijs aangegeven met de status "Niet gebruikt".
Autonomie
4.11.2.6
De term autonomie beschrijft een speciale functie om een onderstation aan een specifieke
autonomie eis aan te passen. Dit kan bijvoorbeeld gebruikt worden voor een gebouw waar 3 uur
autonomie vereist is maar de op deze unit aangesloten parkeergarage 1 uur autonomie voldoende
is.
De volgende stappen zijn nodig voor het configureren:
1/CONFIGURATIE 2/Onderstation N/Selecteer onderstation 3/Autonomie
4/Verkort Noodbedrijf 5/klik op de keuze "Verkort Noodbedrijf"
IU/"Verkort Noodbedrijf" IU/Maak een keuze Toets/Ok
In toevoeging op deze functie is het ook noodzakelijk om de tijd waarna de belasting van de
batterij wordt afgeschakeld, gerekend van het moment van netspanningsuitval in te stellen.
Over het algemeen is deze ingestelde tijd gelijk aan de duur van het Verkorte Noodbedrijf.
De volgende stappen zijn nodig voor het configureren:
1/CONFIGURATIE 2/Onderstation N/Selecteer onderstation 3/Autonomie
4/Duur Noodbedrijf 5/klik op de keuze "Duur Noodbedrijf"
IU/"Verkort Noodbedrijftijd (0-255) min" IU/Maak een keuze Toets/Ok
De wijziging in de configuratie is alleen doorgevoerd in de
interface van de Sentara Software op de mobile 2.
Om deze wijziging effectief te laten worden voor het
systeem dient de configuratie te worden verzonden naar
het corresponderende onderstation. Dit dient te worden
uitgevoerd met de SCHRIJF functie, tevens adviseren wij
om vervolgens de wijziging op te slaan met de hulp van de
Volg voor deze toepassing a.u.b. de stappen zoals
beschreven in de secties 4.1.2 en 4.1.3.
460.01.NL.03 December 2013
BESTAND OPSLAAN functie.
BESTAND OPSLAAN functie.
Handleiding
65