Voorbeeld 3: CAN-bus-installatie voor de aansluiting van 1 -Master- met 3 -SLAVE-besturingsunits: toewijzing klemmen
8-13
MASTER
8 9 10 11 12 13
CAN-Bus H en L =
1 Twisted-Pair
H: draad 1
L:
draad 2
Afbeelding 9: Aansluiting klemmen 8-13 voor CAN-bus
6.4 Flowmeting met KHS-flowsensor figuur 638 00, klemmen-pos. 14-17
14 15 16 17
+5 V DC = bruin = 14
Flow= wit = 15
Temp = geel = 16 (geen functie)
GND = groen = 17
Bild 10: Aansluiting klemmen 14- 17, volumestroommeter
6.5 Flowmeting met KHS-flowsensor figuur 138 4G of figuur 638 4G, klemmen-pos. 14-17
Bij toepassing van de KEMPER flowsensor-kabel M12x1 met losse draden figuur 138 00 012,
voor verbinding met de flowsensor figuur 138 4G en figuur 638 4G is de aansluiting als
14 15 16 17
br = +5 V DC = 14
blauw = Flow = 15
Temp = 16 (hier geen functie)
zwart = GND = 17
Wit en grijs (groen/geel) = Pt1000/2-draads =
19/20
(aansluiting zie 6.6)
Let op!
Als er geen temperatuurmeting met de
geïntegreerde Pt1000 sensor nodig is, moeten de
draden geïsoleerd worden om ze te beschermen
tegen contact met de print.
SLAVE 1
8 9 10 11 12 13
b
a
GND
kabelbeschermin
g aansluiten
- 11 -
SLAVE 2
8 9 10 11 12 13
Klemmengroepen 8/9/10 en 11/12/13 zijn
gelijkwaardig. Zo kan bijvoorbeeld het
einde van draad a ook op klemmen
11/12/13 en het einde van draad b op
klemmen 8/9/10 aangesloten worden.
SLAVE 3
8 9 10 11 12 13
volgt:
oo