Download Inhoudsopgave Inhoud Print deze pagina

Bediening - Trotec BB20 Bedieningshandleiding

Laagdiktemeetapparaat
Verberg thumbnails Zie ook voor BB20:
Inhoudsopgave

Advertenties

Bediening

Batterijen plaatsen
• Plaats voor het eerste gebruik de meegeleverde batterijen.
1. De schroef losdraaien en het batterijvak (6) openen.
2. Plaats de nieuwe batterijen met de polen op de goede
plaats in het batterijvak (6).
3. Plaats het deksel weer op het batterijvak (6) en monteer de
schroef weer.
Apparaat inschakelen
Info
Houd er rekening mee dat bij het wisselen van de
gebruikslocatie van een koude naar een warme
omgeving condensvorming op de printplaat van het
apparaat kan ontstaan. Dit natuurkundig effect, dat niet
te voorkomen is, vervalst de meting. Het display toont
in dit geval geen of verkeerde meetwaarden. Wacht
enkele minuten, tot het apparaat zich heeft ingesteld
op de gewijzigde omstandigheden, voordat u een
meting uitvoert.
1. Druk op de toets aan-/uit (7).
ð Het display wordt ingeschakeld en het apparaat is klaar
voor gebruik.
Menu
Druk op de toets rood (9), om in het menu te komen.
Druk op de toets
 (3) of de toets
het gewenste menupunt.
Voor het bevestigen van het geselecteerde menupunt, opnieuw
drukken op de toets rood (9).
Druk op de toets blauw (2), om bij het vorige menupunt te
komen.
6
 (8), voor het kiezen van
laagdiktemeetapparaat BB20
Meetmodus instellen
Ga als volgt te werk voor het instellen van de meetmodus:
1. Druk op toets rood (9), om in het menu te komen.
2. Kies in het menu het menupunt Options en bevestig dit
met de toets rood (9).
3. Kies het menupunt Measure mode, selecteer dan de
gewenste modus. Bevestigen met de toets rood (9).
Individuele modus (Single mode):
Na elke meting volgt een korte toon. Alle metingen worden
automatisch opgeslagen.
Continue modus (Continuous mode):
De sensor hoeft niet te worden geplaatst bij de individuele
metingen. Na de meting volgt een korte toon. Alle metingen
worden automatisch opgeslagen.
Bedrijfsmodus instellen
Ga als volgt te werk voor het instellen van de bedrijfsmodus:
1. Druk op toets rood (9), om in het menu te komen.
2. Kies in het menu het menupunt Options en bevestig dit
met de toets rood (9).
3. Kies het menupunt Working mode, selecteer dan de
gewenste modus. Bevestigen met de toets rood (9).
Het apparaat heeft twee bedrijfsmodi:
DIRECT:
Deze modus is geschikt voor een snelle en eenvoudige
metingen. Metingen worden binnen een meetreeks tussentijds
opgeslagen.
Wordt het apparaat uitgeschakeld of wordt omgeschakeld naar
een andere bedrijfsmodus, worden de meetresultaten gewist.
Het statistische analyseprogramma kan 80 metingen
analyseren. Is het geheugen vol, worden de oudste metingen
overschreven.
GROUP:
De GROUP-modus omvat groep 1 tot en met 4. Elke groep kan
80 individuele metingen en 5 statistische metingen opslaan.
Kalibratie- en grenswaarden kunnen individueel worden
ingesteld en opgeslagen.
Is het geheugen vol, worden actuele meetwaarden niet meer
opgeslagen. Metingen kunnen zoals gebruikelijk worden
uitgevoerd.
NL

Advertenties

Inhoudsopgave
loading

Inhoudsopgave