6.
Verbindingen maken
Om verbindingen voor het actieve project te maken, moet op het scherm Connections (2d) een ontwerp
worden gemaakt.
Voor elk ontwerp wordt een nieuw tabblad gemaakt, dat aan een plaats in de gebouwstructuur wordt toege-
wezen. De plaats van het ontwerp kan als fi lter worden gebruikt om het ontwerp sneller te kunnen vinden.
Op een ontwerp moet aan elk actorkanaal een sensorkanaal worden toegewezen. De verbindingen tussen
actor- en sensorkanalen kunnen ook indirect, bijv. via een bouwsteen, verlopen. Elke sensor-actor-vebinding
heeft een eigen ontwerp nodig.
i Trefwoord Actieve plaats: zie ook „Nadere informatie" op de laatste pagina.
Ontwerp aan een plaats toewijzen
•
Ort uit de gebouwstructuur (9) of (11) selecteren, om het ontwerp aan een plaats toe te wijzen.
Ontwerp maken en benoemen
•
Button + (13) naast het tabblad selecteren.
Er wordt een nieuw tabblad gemaakt. Het tekstveld van het tabblad is geactiveerd.
•
Naam voor het ontwerp in het tekstveld invoeren.
i Tip: Kies een naam op basis van de werking, bijv. „Plafondverlichting".
Elementen toevoegen
In de selectie zijn in de tabbladen apparaten, bouwstenen en reeds geprojecteerde kanalen en bouwstenen
gesorteerd opgeslagen.
•
Het betreffende tabblad in de selectie openen.
•
Evt. fi lter en installatieplaats selecteren om de selectie van de elementen te beperken.
•
Elementen met de button + in de apparatenkachel (14) of met drag & drop
aan het ontwerp toevoegen.
i Bij apparaten met meerdere kanalen wordt een selectievenster geopend waarin evt. het kanaaltype
en de.
8
(2d) (13)
(9)
(14)
(16)
(11)
(15)
I