• Voorbeeld 2: Om de vergelijking 8
(Degree?)
(a?)
(b?)
(c?)
x
(
1 = 0.25 + 0.75
x
(
2 = 0.25 – 0.75
k Simultane vergelijkingen
Simultane lineaire vergelijkingen met twee onbekenden:
a
x
b
y
+
1
1
a
x
b
y
+
2
2
Simultane lineaire vergelijkingen met drie onbekenden:
a
x
b
y
+
1
1
a
x
b
y
+
2
2
a
x
b
y
+
3
3
Het aanvankelijke simultane vergelijkingsscherm wordt
verkregen bij inschakelen van de EQN functie.
Specificeer m.b.v. dit scherm 2 of 3 als het aantal
onbekenden in voer een waarde in voor elk van de
coëfficiënten.
Naam van coëfficiënt
• Op elk moment voordat u een waarde invoert voor de
laatste coëfficiënt (
onbekenden), kunt u m.b.v. de [ en ] toetsen tussen
de coëfficiënten heen en weer bewegen op het scherm
en zonodig veranderen aanbrengen.
op te lossen
i
)
i
)
c
=
1
c
=
2
c
z
d
+
=
1
1
c
z
d
+
=
2
2
c
z
d
+
=
3
3
Unk now ns?
2
a1?
c
bij twee onbekenden,
2
= 0,25 ± 0,75
x
(
2
=
8
D
=
4
=
5
]
3
0.
Elementwaarde
D-26
x
x
2
– 4
+ 5 = 0
i
)
De pijl toont de
richting waarin u
dient door te
bladeren om
andere elementen
te kunnen zien.
d
3
bij drie