Monteer de inverter niet:
NH
3
-
in het aanzuigbereik van ammoniak, bijtende dampen, zuren
of zouten
(bijvoorbeeld opslagplaatsen van meststoffen, ventilatie-
openingen van stallen, chemische installaties, leerlooierijen
enz.)
Monteer de inverter niet in de directe woonomgeving in verband
met lichte geluidsproductie onder bepaalde bedrijfsomstandig-
heden.
Monteer de inverter niet in:
-
Ruimtes met een verhoogd risico op ongevallen door dieren
(paarden, runderen, schapen, varkens enz.)
-
Stallen en aangrenzende ruimtes
-
Opslag- en voorraadruimtes voor hooi, stro, haksel, kracht-
voer, meststoffen enz.
Monteer de inverter niet in:
-
Ruimtes en omgevingen met een sterke stofontwikkeling
-
Ruimtes en omgevingen met sterke stofontwikkeling van ge-
leidende deeltjes (bijvoorbeeld ijzervijlsel)
Monteer de inverter niet in:
-
Kassen
-
Opslag- en verwerkingsruimtes voor fruit, groenten en wijn-
bouwproducten
-
Ruimtes voor de verwerking van granen, groenvoer en voer-
producten
Installatie mag uitsluitend plaatsvinden op een vaste ondergrond
Max. omgevingstemperaturen: -13 °F / +140 °F (-25 °C / +60 °C)
Relatieve luchtvochtigheid: 0 - 100%
De richting van de luchtstroom binnen de inverter verloopt van rechts naar bo-
ven (toevoer van koude lucht rechts, afvoer van warme lucht boven).
De afgevoerde lucht kan een temperatuur van 70 °C bereiken.
Bij het inbouwen van de inverter in een schakelkast of soortgelijke afgesloten
ruimte voor voldoende warmteafvoer zorgen door middel van geforceerde ven-
tilatie
7