Download Print deze pagina

Chappee ODIA HTE Installatiehandleiding pagina 23

Advertenties

11.3
Controle van de verbranding
Deze verwarmingsketel is uitgerust met een "GAC"-voorziening die de verbranding en de werking van het gasgedeelte
permanent controleert. Deze voorziening vergt geen enkele regeling van het gasgedeelte.
In leveringstoestand is de verwarmingsketel afgeregeld voor aardgas G 20 - G 25
Activeer de functie "vegen" op de regeling om de verbranding te controleren:
- Druk tegelijkertijd op toetsen
B Selecteer de functie "vegen".
De functie zal starten. Het display zal "Start" weergeven. Het symbool
Vergewis u ervan dat de functie op "Max. warmtebelasting" of "Vollast" is afgesteld.
Anders drukt u op
B en dan op
Om de functie te onderbreken, herhaalt u de procedure. Wanneer de functie gedeactiveerd is,
verschijnt "Stop" op het display. Het symbool
De metingen moeten gebeuren met hermetisch gesloten caisson.
De ketel is daarvoor uitgerust met twee meetaansluitingen
op het concentrische verbindingsstuk. Een meetaansluiting
is verbonden met het rookafvoercircuit en maakt het
mogelijk de zuiverheid van de verbrandingsproducten en het
verbrandingsrendement te meten. De andere aansluiting is
verbonden met het circuit voor het aanzuigen van de
verbrandingslucht waarmee u de eventuele recirculatie van
de verbrandingsproducten in geval van coaxiale buizen kunt
controleren
Via de meetaansluiting die verbonden is met de
rookgasafvoer kunt u de volgende parameters opmeten:
• Temperatuur van de verbrandingsproducten;
• Koolstofdioxideconcentratie (CO
• Koolstofmonoxideconcentratie (CO),
De temperatuur (<90°C) en de afwezigheid van CO/CO
verbrandingslucht moeten gemeten worden via de
meetaansluiting die verbonden is met het
luchtaanzuigingscircuit van het concentrische verbindingsstuk.
Model
Vermogen
24 - 32
Pn (100%)
Tijdens de eerste indienststelling probeert het systeem de samenstelling van het gas aan te passen. Dit kan leiden tot
piekwaarden van CO
- CO die buiten de vastgestelde bereiken vallen. Als deze waarden na enkele cycli nog altijd buiten
2
de vastgestelde bereiken vallen, moet u de volgende elementen controleren:
- Controleer de waarde van de ionisatiestroom (zie hoofdstuk 13.4);
- Controleer de positie van de ionisatie-elektrode (zie hoofdstuk 13.3);
- Controleer of er geen recirculatie is van de verbrandingsproducten in de verbrandingslucht: als CO
dan de mofverbinding van de buizen.
Tijdens de normale werking voert de verwarmingsketel geregeld automatische zelfcontrolecycli van de verbranding uit. In
deze fase is het mogelijk gedurende heel korte periodes, CO-pieken boven 1000 ppm vast te stellen.
A en C gedurende minstens 6 seconden.
B om het vermogen te regelen.
verdwijnt.
);
2
2
Aanvaardbaar
CO
-bereik (%)
2
G20 en G25
8,5 tot 9,6
verschijnt.
Draai de stop los
rookgassen.
Sluit de
rookgasanalysator aan
BELANGRIJK
maak na afloop van de controle
in de
de aansluitingen weer dicht.
CO max (ppm)
<
250
23
voor het meten van de
> 0,5 %, controleer
2

Advertenties

loading

Deze handleiding is ook geschikt voor:

Odia solar hte