8.5
Aansluiting aan de gasleiding
• De gastoevoer gebeurt achteraan de ketel.
• Het gasgedeelte wordt gevoed via een gasaansluiting met buitendraad G1/2".
• Wij raden aan alvorens de ketel aan te sluiten om de leidingen leeg te blazen om vreemde lichamen te verwijderen die
bij het openen van de gastoevoer binnen in de regelorganen terecht kunnen komen en de werking ervan in het
gedrang brengen.
• De gassen bevatten dikwijls vaste onzuiverheden in suspensie die de goede werking van de veiligheidsorganen van de
brander kunnen beletten.
• Als dit het geval kan zijn, dan raden we aan om een filter aan te brengen tussen de meter en de ketel, en wel zo dicht
mogelijk bij de ketel.
• Het drukverlies tussen de meter en de verwarmingsketel moet lager zijn dan 3 mbar (bij werkende ketel).
Laat een gaskraan (niet meegeleverd*) aanbrengen door de installateur in de gastoevoer naar de ketel, op een
plaats die voor de gebruiker gemakkelijk toegankelijk is.
Het niet in acht nemen van deze aanbevelingen doet de waarborg vervallen.
* Deze kraan zit in de optionele aansluitkits.
8.6
Aansluiting van het verwarmingscircuit
• Het is aan te raden in het verwarmingscircuit twee afsluitkranen te installeren om in geval van belangrijke interventies op
de verwarmingsketel eraan te kunnen werken zonder de hele verwarmingsinstallatie te moeten aflaten.
• Bij aansluiting op oude installaties is het aan te bevelen om in de retourleiding van de ketel een decanteerpot aan te
brengen om slib uit de installatie te kunnen verzamelen en af te laten.
• De condensaatafvoerleiding moet verbonden worden met de huisriolering.
8.7
Aansluiting van het sanitaire circuit (versies met SWW-eenheid)
•
De koudwateraansluiting voor het sanitair warm water aan de SWW-eenheid moet een door Belgaqua erkende
veiligheidsvoorziening bevatten (niet meegeleverd*) geijkt op 7 bar en dit zo dicht mogelijk bij de SWW-eenheid.
* De voorziening moet een ventiel en een klep bevatten. Deze elementen zijn in de aansluitkits inbegrepen.
• Als de voedingsdruk 80% van de ingestelde druk van het ventiel of het veiligheidsaggregaat overschrijdt (bv. 5,5 bar
voor een veiligheidsaggregaat ingesteld op 7 bar), dan moet een drukreduceertoestel stroomopwaarts van de SWW-
eenheid aangebracht worden.
8.8
Vullen van de sifon
Vul de sifon in de afvoerleiding van de gecondenseerde rookgassen tot aan de markering
te schakelen.
16
❻
met water vooraleer de ketel in