11 INDIENSTSTELLING
11.1
Voorbereiding van de indienststelling:
•
Controleer of het geleverde gastype overeenkomt met de gegevens op het kenplaatje van de ketel (de
verwarmingsketel is in leveringstoestand afgeregeld voor aardgas G20 - G25. Voor het gebruik van propaan G31
zie hoofdstuk 11.5);
•
Controleer de dichtheid van het gascircuit;
•
Vul de installatie met water tot een druk van 1 à 1,5 bar;
•
Controleer de lekvrijheid van het hydraulische circuit;
•
Vul de sifon (paragraaf 8.6);
•
Controleer de aansluiting van de externe componenten;
•
Controleer de polariteit van de elektrische voeding;
•
Controleer de dichtheid van de rookkanalen.
11.2
Indienststelling:
•
Open de gaskraan,
•
Zet de verwarmingsketel onder spanning en activeer de ""AAN/UIT""-schakelaar
•
Activeer de ontluchtingsfunctie voor de regeling (zie installatiehandleiding van de regeling hoofdstuk "Speciale
functies").
•
Configureer de regeling (mogelijk in de standby-modus); zie de installatiehandleiding en de configuratie van de regeling.
•
Foutcodes: zie de installatiehandleiding en de configuratie van de regeling.
•
Voer een controle van de verbranding uit (zie hoofdstuk 11.3).
Hoofdschakelaar
("AAN/UIT")
22