Ook in de automatische modus kan de temperatuur te al-
len tijde met de toetsen worden veranderd. Deze blijft dan
ingesteld tot de volgende schakeltijd van het programma.
8. Kinderslot, bediening vergrendelen
De bediening kan worden vergrendeld.
• Om de vergrendeling te activeren/deactiveren, dienen de
toetsen Menu en
tegelijk kort te worden ingedrukt.
• Na de activering verschijnt 'LOC' op het display.
• Het slot wordt gedeactiveerd door nogmaals op beide
toetsen te drukken.
9. Verwarmingspauze instellen
Is de verwarming in de zomer uitgeschakeld, dan kun-
nen de batterijen worden gespaard. Daarvoor wordt de
kraan volledig geopend. De kalkbescherming blijft actief.
• Om de verwarmingspauze te activeren, dient het instelwiel
in de handmatige modus (Manu) naar rechts te worden
gedraaid, tot op het display 'ON' verschijnt.
• Om de pauze te beëindigen, dient de handmatige modus
(Manu) te worden verlaten of het instelwiel naar links te
worden gedraaid.
10. Vorstbeveiliging instellen
Als de ruimte niet moet worden verwarmd, kan de kraan
worden gesloten. Alleen bij vorstgevaar wordt de kraan
geopend. De kalkbescherming blijft actief.
• Om de vorstbeveiliging te activeren, dient het instelwiel
in de handmatige modus (Manu) naar links te worden
gedraaid, tot op het display 'OFF' verschijnt.
• Om de functie te beëindigen, dient de handmatige modus
(Manu) te worden verlaten of het instelwiel naar rechts te
worden gedraaid.
60
11. 'Raam open'-functie
De stelaandrijving detecteert bij een sterk dalende tem-
peratuur automatisch dat de ruimte wordt geventileerd.
Om verwarmingskosten te besparen, wordt de tempera-
tuur dan automatisch voor een bepaalde periode verlaagd
(standaard 15 minuten). Ondertussen verschijnt op het
display het 'raam open'-symbool (
• Hou de menutoets langer dan 3 seconden ingedrukt.
• Selecteer met het instelwiel het menupunt 'AER'.
• Bevestig met de OK-toets.
• De temperatuur en tijd kunnen met het instelwiel worden
ingesteld. De functie kan worden gedeactiveerd door
voor de tijd de waarde '0' in te stellen.
12. Offsettemperatuur instellen
Omdat de temperatuur aan de radiator wordt gemeten, kan
het op een andere plek in de ruimte kouder of warmer zijn.
Om dit te compenseren, kan een temperatuuroffset van
± 3,5 °C worden ingesteld. Wordt bijv. 18 °C gemeten in
plaats van de ingestelde 20 °C, dan dient een offset van -
2,0 °C te worden ingesteld.
• Hou de menutoets langer dan 3 seconden ingedrukt.
• Selecteer met het instelwiel het menupunt 'TOF'.
• Bevestig met de OK-toets.
• Verander de temperatuur met het instelwiel.
• Bevestig met de OK-toets.
13. Fabrieksinstellingen opnieuw instellen
De oorspronkelijke leveringstoestand van de stelaandrij-
ving kan handmatig worden hersteld. Hierbij gaan alle
handmatig gewijzigde instellingen verloren.
• Hou de menutoets langer dan 3 seconden ingedrukt.
).
61