6.3
Instelmogelijkheden per kanaal
Voor ieder kanaal moeten algemene instellingen en speciale parameterinstellingen worden
ingevoerd.
De instellingen worden aangepast via de toewijzingsfunctie op de webinterface van het
System Access Point.
Apparaat kiezen
Afb. 14:
Apparaat kiezen
1. Kies het apparaatsymbool [1] op de plattegrond op het werkblad.
Alle instelmogelijkheden voor het betreffende kanaal worden in de lijstweergave [2]
weergegeven. Bij bedieningswippen (sensoren) moet de bijbehorende bedieningswip worden
gekozen.
De volgende instellingen zijn beschikbaar.
Producthandboek 2CKA002273B9189
Inbedrijfname
│23