6.2
Apparaten toewijzen en kanalen vastleggen
De op het systeem aangesloten apparaten moeten worden geïdentificeerd, d.w.z. ze worden
aan de hand van hun functie toegewezen aan een ruimte en krijgen een naam met een
duidelijke betekenis.
De toewijzing gebeurt met de apparaatfunctie op de webbased user interface
van het System Access Point.
6.2.1
Apparaat toevoegen
1. Kies uit de balk "Component toevoegen" de gewenste toepassing en sleep deze met drag-
and-drop naar de plattegrond.
Afb. 10:
Toepassing uit de toevoegbalk slepen
Er verschijnt een pop-upvenster met alle apparaten die op de bus aangesloten zijn en bij de
gekozen toepassing passen.
Producthandboek 2CKA002273B9189
Inbedrijfname
│20