INSTALLATIEHANDLEIDING
C
Bijlage B Cascade
(10)3
Belangrijke opmerkingen:
- De installatie moet plaatsvinden in overeenstemming met alle lokale en nationale wet- en regelgeving en normen, en in overeenstemming
met de richtlijnen van alle relevante autoriteiten.
- Lees altijd eerst alle installatiehandleidingen van de cv-ketel alvorens deze te installeren of ontsteken.
- Lees voorafgaand aan de installatie altijd de installatievoorschriften van de fabrikant van uw rookgas-/verbrandingsluchtsysteem.
De voorschriften zijn te vinden bij de afzonderlijke onderdelen. Neem contact op met de fabrikant van uw rookgas-/verbrandingslucht-
systeem indien de voorschriften ontbreken.
- Alleen cv-ketels met de vermelding keteltype C(10)3 op de typeplaat mogen worden aangesloten op een gezamenlijk rookgaskanaalsysteem
met overdruk.
- Het toestel mag niet worden gebruikt door kinderen, mensen met een verminderd fysiek, zintuiglijk of geestelijk vermogen of mensen die
onvoldoende kennis en ervaring hebben. Kinderen mogen niet met het toestel spelen, ook al gebeurt dit onder toezicht.
- Onderneem bij uitval of storing geen poging om het toestel zelf te repareren. Neem contact op met uw installateur. Reparaties mogen alleen
worden uitgevoerd door erkende monteurs. Als deze voorschriften niet worden opgevolgd, kan de veiligheid van het toestel in gevaar
worden gebracht.
- Schakel de cv-ketel tijdens service- en onderhoudswerkzaamheden altijd uit en koppel deze los van de netspanning.
- Ga voorzichtig te werk tijdens het onderhoud om te voorkomen dat afdichtingen beschadigd raken.
- Sluit het storingsrelais van de master-ketel of een extern veiligheidsrelais op een waarschuwingssysteem aan, zodat meldingen worden
opgemerkt.
- Installeer een CO-sensor in de stookruimte, die het toestel indien nodig uitschakelt, en sluit deze aan op een waarschuwingssysteem, zodat
meldingen worden opgemerkt.
- Wanneer de cv-ketel wordt losgekoppeld van het gezamenlijke kanaalsysteem (bijvoorbeeld vanwege een defecte terugslagklep), moet de
opening van de luchtinlaat en/of verbrandingsgasafvoer in het gezamenlijke kanaal worden gesloten en op dichtheid worden gecontroleerd.
- Beluchting en ventilatieopeningen:
Het gebied moet om drie redenen voldoende worden geventileerd:
-
als de verbrandingslucht voor alle cv-ketels uit de stookruimte wordt onttrokken:
De vrije doorsnede in [cm2] voor elke cv-ketel moet ten minste
3,3 x max. belasting (ow) van de cv-ketel zijn. Voor het gehele systeem moeten dus alle doorsneden bij elkaar worden opgeteld;
-
beperking van de temperatuur in de stookruimte (>0°C en geen oververhitting);
-
afvoer van vervuiling (zoals rookgaslekkages) uit de stookruimte.
Luchttoevoer:
-
Inkomende lucht moet vrij zijn van vreemde bestanddelen. Het mag geen stof of corrosieve elementen zoals oplos- of koelmiddelen
bevatten.
-
Inkomende lucht moet buitenlucht zijn.
-
Het rooster moet zich ten minste 30 cm boven het maaiveld, het dak of boven obstakels bevinden.
Luchtafvoer:
-
Hoogte luchtstroom: de bovenkant van het rooster moet zich ten minste 170 cm boven de bovenkant van de luchttoevoer bevinden.
-
Positie: in combinatie met de luchttoevoer moet er in de stookruimte een goede luchtstroom worden gerealiseerd.
Regel: afstand tussen luchttoevoer en rookgasafvoer minimaal 1 m.
-
De rookgasafvoer moet naar de buitenlucht worden geleid.
-
De vrije doorsnede in [cm2] moet minimaal gelijk zijn aan de luchttoevoer.
Zowel de luchttoevoer als de luchtafvoer mag niet gesloten zijn en moet zich in hetzelfde drukgebied bevinden.
- De Alutherm C 1250 is NIET voorzien van een terugslagklep en mag daarom niet worden aangesloten op een gezamenlijk kanaalsysteem in
C(10)3-configuratie. Niettemin kan de cv-ketel als een B23-, C63- of C33-toestel worden opgenomen in de cascadeketen (master/slave)
(zie hoofdstuk 2..8).
ALUTHERM
|
INSTALLATIEHANDLEIDING
|
C
|
Bijlage B Cascade
|
Type A B C
(10)3
ALUTHERM
28
|
cv-ketels