10.13
Communicatieobjecten
10.13.1 Schakelen — switch ON/OFF (SOO)
Nummer
1
6
11
16
21
Via het objecten worden de kanalen 1 ... 4 geschakeld
–
Channel 1 ... 4 switch On/Off: kanaal wordt individueel geschakeld (1 = ON, 0 = OFF).
–
Master ON/OFF: alle kanalen worden geschakeld (1 = ON, 0 = OFF).
10.13.2 Dimmen — Relative Setvalue Control (RSC)
Nummer
4
9
14
19
22
26
Via het object wordt 1 ... 4 relatief gedimd.
–
Channel 1 ... 4 dimming relative: kanaal wordt individueel gedimd (UP/DOWN 0 ... 100 %).
–
Master dimming relative: alle kanalen worden gedimd (UP/DOWN 0 ... 100 %).
–
Dimming Speed Control: instelling van dimtijd van 1 ... 65535 s.
10.13.3 Dimmen — Absolute Setvalue Control (RSC)
Nummer
3
8
13
18
25
Via het object wordt 1 ... 4 absoluut gedimd.
–
Channel 1 ... 4 dimming absolute: kanaal wordt individueel gedimd (UP/DOWN
0 ... 100 %).
–
Dimming Speed Control: instelling van dimtijd van 1 ... 65535 s.
KNX Technisch Handboek 2CKA002273B9108
Naam
Channel 1 switch On/Off
Channel 2 switch On/Off
Channel 3 switch On/Off
Channel 4 switch On/Off
Master ON/OFF
Naam
Channel 1 dimming relative
Channel 2 dimming relative
Channel 3 dimming relative
Channel 4 dimming relative
Master dimming relative
Dimming Speed Control
Naam
Channel 1 dimming absolute
Channel 2 dimming absolute
Channel 3 dimming absolute
Channel 4 dimming absolute
Dimming Speed Control
Applicatie-/parameterbeschrijvingen
Objectfunctie
Ingang
Objectfunctie
Ingang
Ingang
Objectfunctie
Ingang
Ingang
Communicatieobjecten
Gegevenstype (DTP)
1.001 switch
Gegevenstype (DTP)
3.007 Control_Dimming
7.005 TimePeriodSec
Gegevenstype (DTP)
5.001 Scaling
7.005 TimePeriodSec
│53