10.11.2 Sequentie 1 ... 5 activeren
Opties:
–
Ja: het menu 'Sequentie 1 ... 5' wordt geactiveerd.
10.11.3 Sequentie 1 ... 5 — aantal scènes in sequentie 1 ... 5
Opties:
Met de parameter kunnen per sequentie 2 tot 16 scènes worden ingesteld.
10.11.4 Sequentie 1 ... 5 — kanaal 1 ... 4 activeren
Opties:
Met de parameter wordt het kanaal 1 ... 4 in de geselecteerde sequentie geactiveerd.
Gedeactiveerde kanalen kunnen nog steeds via de communicatieobjecten 'AAN/UIT/DIMMEN'
gestuurd worden. Actieve kanalen kunnen alleen via de scènes in de sequenties worden
ingesteld, Pagina 48.
10.11.5 Sequentie 1 ... 5 — instelling na de stop van de sequentie
Opties:
Met de parameter wordt het gedrag bij het stoppen van de kleurcyclus ingesteld.
–
Actuele kleur: de actuele kleurwaarde blijft behouden.
–
Laatste ingestelde kleur: voor ieder kanaal wordt de als laatste ingestelde kleur vóór de
sequentie ingesteld.
–
Alle kanalen 0 %: alle actieve kanalen worden op 0 % (uit) ingesteld.
–
Alle kanalen 100 %: alle actieve kanalen worden op 100 % (aan) ingesteld.
–
Alle kanalen via 1 parameter: alle kanalen worden via één parameter ('Sequentie stop
helderheidswaarde alle kanalen') ingesteld.
–
Parameter per kanaal: ieder kanaal wordt door een eigen parameter ('Sequentie stop
helderheidswaarde kanaal 1 ... 4') ingesteld.
KNX Technisch Handboek 2CKA002273B9108
Applicatie-/parameterbeschrijvingen
Ja
Nee
2 ... 16 scènes
Ja
Nee
Actuele kleur
Laatste ingestelde kleur
Alle kanalen 0 %
Alle kanalen 100 %
Alle kanalen via 1 parameter
Parameter per kanaal
Applicatie 'Sequentieparameters'
│46