oververhitting. Wanneer de vloertemperatuur de maximumtemperatuur bereikt,
wordt deze zone gesloten.
• Comfort profiel - deze functie dient om de vloertemperatuur op comfort te houden.
De regelaar bewaakt de vloertemperatuur en zal de zone sluiten wanneer de
zonetemperatuur de maximumtemperatuur bereikt om oververhitting te voorkomen.
Wanneer de vloertemperatuur onder de vooraf ingestelde minimumtemperatuur
zakt, wordt de zone geopend.
NOTITIE:
De gebruiker kan de huidige bedrijfsmodus, vloertemperatuur en het type sensor in
het informatiescherm bekijken.
• Hysterese - hysterese op vloertemperatuur definieert tolerantie voor de maximale
en minimale temperatuur. Het instellingsbereik is 0,1-5 °C.
Voorbeeld 1 - Vloerbescherming:
Maximale vloertemperatuur: 33 C
Hysterese: 2 °C
Wanneer de vloertemperatuur 33 °C bereikt, wordt het contact geopend. Het wordt
gesloten bij een temperatuur van 31 °C.
Als de vloertemperatuur de vooraf ingestelde maximumtemperatuur overschrijdt,
wordt het contact geopend en wordt de vloerverwarming uitgeschakeld. Het contact
zal opnieuw worden gesloten wanneer de vloertemperatuur daalt tot de
maximumtemperatuur minus hysterese.
Voorbeeld 2 - Comfortbedrijf:
Minimale vloertemperatuur: 23 °C
Hysterese: 2 °C
Wanneer de vloertemperatuur 23 °C bereikt, wordt het contact gesloten. Het zal
weer worden geopend bij een temperatuur van 25 °C.
Als de vloer temperatuur daalt tot onder de ingestelde minimum temperatuur, zal
het contact worden gesloten en de vloerverwarming wordt ingeschakeld. Het
contact wordt geopend als de vloertemperatuur de minimumtemperatuur plus
hysterese bereikt.
Kalibratie - Vloersensorkalibratie kan worden uitgevoerd tijdens het monteren of na
een lange tijd, als de temperatuur zoals weergegeven verschilt van de werkelijke
temperatuur. Kalibratie bereik is -10⁰C tot + 10⁰C met de nauwkeurigheid van
0,1⁰C.
20