83257607 • 1/2010-07 • La
Montage- en bedieningsrichtlijnen
Condenserende stookolieketel WTC-OW 15-A
7 Inbedrijfstelling
7.4 Verbranding bijstellen
Indien nodig kunnen correcties van de verbrandingswaarden achteraf als volgt door-
gevoerd worden.
De parameter 73 kan enkel binnen de 8 minuten na het aanschakelen van het toestel
geactiveerd worden. Toestel evt. opnieuw aanschakelen.
De instelling met aangebouwde frontbekleding doorvoeren.
Trekschommelingen kunnen het O
visieopening het ingestelde O
Instelling van de verbrandingslucht bij maximaal vermogen
▶
Parametermenu activeren (zie hfst. 6.3).
▶
Parameter 73 kiezen.
▶
Op de enter-toets drukken.
▶
Draaiknop draaien tot Pr5 weergegeven wordt.
▶
Op de enter-toets drukken.
✓
Pr5 is actief.
De brander start volgens het programmaverloop. Daarna loopt het toestel naar het
maximale vermogen.
▶
Parameter-menu via ESC verlaten.
▶
Infomenu activeren en i 32 (voormengkamertemperatuur) selecteren.
De voormengkamertemperatuur moet voor de instelling van de verbrandingslucht bij
minimaal vermogen tussen 450 ... 470 °C liggen.
▶
O
-gehalte 5,0 % ±0,2 via parameter 77 instellen.
2
Instelling van de verbrandingslucht bij minimaal vermogen
▶
Parameter 73 kiezen.
▶
Op de enter-toets drukken.
▶
Draaiknop draaien tot Pr6 weergegeven wordt.
▶
Op de enter-toets drukken.
✓
Pr6 is actief.
Het toestel loopt naar het minimale vermogen.
▶
Parameter-menu via ESC verlaten.
▶
Infomenu activeren en i 32 (voormengkamertemperatuur) selecteren.
De voormengkamertemperatuur moet voor de instelling van de verbrandingslucht bij
een minimaal vermogen tussen 400 ... 420 °C liggen.
▶
O
-gehalte 7,5 % ±0,2 via parameter 78 instellen.
2
Programma voor de instelling van de verbrandingslucht beëindigen
▶
Parameter 73 selecteren.
▶
Op de enter-toets drukken.
▶
Draaiknop draaien tot Off weergegeven wordt.
▶
Op de enter-toets drukken.
✓
Programma voor de instelling van de verbrandingslucht wordt beëindigd.
In automatische werking hebben correcties een invloed op de verbranding, m.a.w. de
O
-waarden kunnen in automatische werking afwijken van de ingestelde waarden.
2
58-107
-gehalte beïnvloeden. Daarom met geopende re-
2
-gehalte controleren en evt. bijstellen.
2