•
De functie kan niet worden toegepast op
de huidige media.
•
Vervang de batterij van de
afstandsbediening.
De disc wordt niet afgespeeld.
•
De disc is ondersteboven geplaatst. Plaats
de disc met de bedrukte zijde naar boven.
•
De disc is vuil. Reinig de disc met een
schone, zachte, pluisvrije doek. Veeg over
de disc vanuit het midden naar de rand.
•
De disc is defect. Probeer een andere disc.
•
De disc is incompatibel. Probeer een
andere disc.
•
De opneembare disc is niet gefinaliseerd.
•
De regiocode van DVD wordt niet
ondersteund. Gebruik een disc met de
juiste regiocode.
Een DivX-bestand van een SD/SDHC-kaart
of USB-opslagapparaat kan niet worden
afgespeeld.
•
DivX-bestanden met DRM-beveiliging
kunnen niet worden afgespeeld als ze zijn
opgeslagen op een SD/SDHC-kaart of
USB-opslagapparaat. Breng de bestanden
over naar een compatibele disc.
Geen beeld
•
De kabels voor de handrem zijn niet goed
aangesloten. Controleer de kabels.
Geen beeld op beeldscherm achter
•
Schakel de signaaloverdracht naar
de beeldschermen achter in (zie
'Beeldschermen achterin gebruiken' op
pagina 43).
•
Een DivX-video kan alleen voor de
passagiers voorin worden afgespeeld.
Beeld knippert of is vervormd.
•
Videokabels zijn niet goed aangesloten.
Controleer de kabels.
Ruis in uitzendingen
•
Signalen zijn te zwak. Selecteer een andere
radiozender met een sterker signaal.
240 NL
•
Controleer de aansluiting van de
autoantenne.
Voorkeuzezenders gaan verloren.
•
Accukabel is niet goed aangesloten. Sluit de
accukabel aan op de aansluiting die altijd
onder spanning staat.
De zekering slaat door.
•
Het type zekering is onjuist. Vervang de
zekering door een zekering van 15 A.
•
Luidsprekerkabel of voedingskabel is
geaard. Controleer de kabels.
Over het Bluetooth-apparaat
Er kan zelfs na een succesvolle Bluetooth-
aansluiting geen muziek worden afgespeeld op
het systeem.
•
Het apparaat is niet geschikt voor het
afspelen van muziek op het systeem.
De geluidskwaliteit is slecht nadat een
Bluetooth-apparaat is aangesloten.
•
De Bluetooth-ontvangst is slecht. Plaats
het apparaat dichter bij het systeem of
verwijder obstakels tussen het apparaat en
het systeem.
Kan geen verbinding maken met het systeem.
•
Het apparaat biedt geen ondersteuning
voor de profielen die door het systeem
worden vereist.
•
De Bluetooth-functie van het apparaat
is niet ingeschakeld. Raadpleeg de
gebruikershandleiding van het apparaat
voor meer informatie over het inschakelen
van de functie.
•
Het systeem bevindt zich niet in de
koppelingsmodus.
•
Het systeem is al aangesloten op een
ander Bluetooth-apparaat. Verbreek de
verbinding met het apparaat of alle overige
aangesloten apparaten en probeer het
opnieuw.