Download Inhoudsopgave Inhoud Print deze pagina

Fronius Symo GEN24 12.0 SC Bedieningshandleiding pagina 97

Inhoudsopgave

Advertenties

ontstaat er tevens een aardverbinding. In dit geval worden de verbruikers in de
niet-noodstroomkring niet door de omvormer van stroom voorzien.
Houd bij de installatie rekening met de volgende punten
-
Omschakelaar Q1 moet worden gedimensioneerd voor de stroomopwaarts
geïnstalleerde zekeringen, de maximale stroomsterkte die optreedt en de
maximale kortsluitingsstroom die optreedt. Passend bij de gemonteerde om-
schakelaar Q1 is voor schakelaarstand 1 (netbedrijf) een hulpschakelelement
met 2 maakcontacten nodig.
De gebruikte schakelaar Q1 moet een kortsluitingsschakelvermogen hebben
van minimaal 10 kA volgens de norm IEC 60947-1. Als de kortsluitings-
stroom op de montageplaats een waarde van meer dan 10 kA bereikt, moet
een schakelaar met een geschikt kortsluitingsschakelvermogen worden ge-
bruikt
-
Het circuit kan uitsluitend worden gebruikt in huishoudelijke toepassingen en
installaties (kleine bedrijven en landbouw) of stroomopwaartse zekeringen
met een nominale stroom van 63 A.
-
Minimale stootspanningsvastheid van de omschakelaar van 4 kV volgens IEC
60947-1.
-
Of er gebruik moet worden gemaakt van een 3-polige of universele afschei-
ding, moet met de netwerkbeheerder worden afgesproken.
-
De beschermingsmaatregel moet regelmatig worden getest. Als deze niet
wettelijk is geregeld, moet deze jaarlijks worden uitgevoerd.
-
In het noodstroombedrijf (schakelaarstand 2) kan de datatransmissie tussen
de Fronius Smart Meter en de omvormer worden onderbroken. Optioneel
wordt dit via een maakcontact op het hulpcontact gewaarborgd. Het onder-
breken van de Fronius Smart Meter-verbinding via hulpcontact Q1.1 kan op-
tioneel worden gebruikt en voorkomt dat de noodstroomfunctie wordt beëin-
digd wanneer het openbare stroomnetwerk weer normaal functioneert. Als
dit niet gebeurt, zal de omvormer de noodstroomvoorziening onderbreken
wanneer het openbare stroomnetwerk weer normaal functioneert. Als het
openbare stroomnetwerk weer normaal functioneert en binnen de eerste 10
minuten erna geen handmatige omschakeling naar het netparallelle bedrijf
plaatsvindt, dan dit kan ervoor zorgen dat de omvormer en de accu worden
uitgeschakeld. In dit geval moet een handmatige systeemstart worden uitge-
voerd. (zie hoofdstuk
drag moet vooral rekening worden gehouden bij het testen van de handmati-
ge omschakeling, omdat de omvormer vanwege de beschikbare Fronius
Smart meter-gegevens bij een bestaande aansluiting niet het noodstroombe-
drijf start.
-
De datacommunicatie van de Fronius Smart Meter moet afzonderlijk van de
accu op de eigen Modbus-ingang worden aangesloten, zodat de datacommu-
nicatie van de accu behouden blijft. (zie hoofdstuk
pagina 99).
-
De feedback naar de digitale ingangen (IO's) van de omvormer via omschake-
laar Q1 (schakelaarstand 2) is een startvoorwaarde voor het noodstroombe-
drijf van de omvormer.
-
Bij het omschakelen naar schakelaarstand 0 wordt de AC-uitgang van de om-
vormer spanningsvrij geschakeld. Dit wordt gewaarborgd door het onderbre-
ken van de WSD-kabel met het 2e maakcontact van het hulpcontact en om-
schakelaar Q1 in stand 0.
-
De doorlopende verbinding tussen de potentiaalvereffeningsrail en de neu-
trale draad van de omvormer mag tijdens de 3-polige afscheiding niet worden
onderbroken.
-
Bij universele afscheiding wordt de PE-N-draadaansluiting dubbel uitgevoerd
via de hoofdcontacten van omschakelaar Q1.
-
Na omschakelaar Q1 kunnen extra omvormers of andere wisselstroombron-
nen in de noodstroomkring worden geïnstalleerd. Bij noodstroom synchroni-
seren de bronnen niet met het noodstroomnetwerk van de omvormer, aange-
zien dit op 53 Hz werkt.
Systeem handmatig starten
op pagina 30). Met dit ge-
Modbus-deelnemers
op
97

Advertenties

Inhoudsopgave
loading

Deze handleiding is ook geschikt voor:

Symo gen24 12.0 plus sc

Inhoudsopgave