Voor dit apparaat kan geen werkplekspecifieke emissiewaarde worden gegeven,
aangezien het daadwerkelijke geluidsniveau sterk afhankelijk is van de montage-
situatie, de kwaliteit van het stroomnetwerk, de omringende muren en de alge-
mene omgevingskenmerken.
EMV-maatrege-
In uitzonderlijke gevallen kan er, ondanks het naleven van de emissiegrenswaar-
len
den, sprake zijn van beïnvloeding van het geëigende gebruiksgebied (bijvoorbeeld
als zich op de installatielocatie storingsgevoelige apparatuur bevindt of als de in-
stallatielocatie is gelegen in de nabijheid van radio- of televisieontvangers). In dat
geval is de gebruiker verplicht maatregelen te treffen om de storing op te heffen.
Noodstroom
Het onderhavige systeem is voorzien van noodstroomfuncties. Bij het uitvallen
van het openbare stroomnetwerk kan een noodstroomvoorziening tot stand wor-
den gebracht.
Als er een automatische noodstroomvoorziening is geïnstalleerd, moet er een
waarschuwing - noodstroomvoorziening
ge, artikelnummer: 42,0409,0275) op de elektrische verdeler worden aange-
bracht.
Bij onderhouds- en montagewerkzaamheden in het thuisnet is zowel een loskop-
peling aan netwerkzijde alsook een deactivering van de noodstroomvoorziening
door het openen van de geïntegreerde DC-scheidingsschakelaar op de omvormer
noodzakelijk.
De werking van de lekstroomveiligheidsvoorzieningen voor de noodstroomvoor-
ziening moet regelmatig worden gecontroleerd (in overeenstemming met de spe-
cificaties van de fabrikant), ten minste twee keer per jaar.
Een beschrijving van het uitvoeren van de test vindt u in de
stroom
42,0426,0365).
Afhankelijk van de instraalomstandigheden en de acculaadtoestand wordt de
noodstroomvoorziening automatisch uit- en ingeschakeld. Dit kan leiden tot een
onverwachte terugkeer van de noodstroomvoorziening uit de stand-bymodus.
Voer daarom alleen installatiewerkzaamheden aan het thuisnet uit als de nood-
stroomvoorziening is uitgeschakeld.
Factoren die van invloed zijn op het totale vermogen in noodstroombedrijf:
Blindvermogen
Elektrische verbruikers met een vermogensfactor die niet gelijk is aan 1, hebben
naast werkelijk vermogen ook blindvermogen nodig. Het blindvermogen belast de
omvormer extra. Daarom is de stroom die wordt veroorzaakt door werkelijk ver-
mogen en blindvermogen relevant voor het op de juiste manier berekenen van
het werkelijke totale vermogen, en niet het nominale vermogen van de belasting.
Apparaten met een hoog blindvermogen zijn voornamelijk elektromotoren zoals:
-
-
-
Hoge startstroom/aanloopstroom
Elektrische verbruikers die een grote massa moeten versnellen, hebben meestal
een hoge start-/aanloopstroom nodig. Dit kan tot tien keer hoger zijn dan de no-
minale stroom. De maximale stroom van de omvormer is beschikbaar voor de
start-/aanloopstroom. Verbruikers met een te hoge start-/aanloopstroom kunnen
daarom niet worden opgestart/bediend, hoewel het nominale vermogen van de
10
(https://www.fronius.com/en/search-page, artikelnummer:
Waterpompen
Cirkelzagen
Blazers en ventilatoren
(https://www.fronius.com/en/search-pa-
controlelijst - nood-