Download Inhoudsopgave Inhoud Print deze pagina

Kenmerken Maai-Eenheden; Dagelijkse Afstellingen Voor De Maai-Eenheid - Toro GROUNDS PRO 2000 Gebruikershandleiding

Inhoudsopgave

Advertenties

motorinlaat vrij worden gehouden van vuil en grass-
nippers. Inspecteer de machine na het maaien op
eventuele hydraulische lekkages, beschadigingen en
slijtage aan hydraulische en mechanische componenten.
Controleer of de maai-eenheden scherp zijn en het
contact tussen snijplaat en messenkooi correct is.

KENMERKEN MAAI-EENHEDEN

Het systeem om de instelling van de snijplaat aan te
passen met behulp van één enkele knop vereenvoudigt
de procedure om optimale maairesultaten te behalen.
Doordat de afstelling zo nauwkeurig is, wordt het
mogelijk dat de machine zichzelf continu scherpt –
waardoor scherpe snijranden en een goede maaikwaliteit
behouden blijven, en veel minder routinematig wetten
nodig is.
Tevens zorgt het positioneringssysteem van de achterste
roller voor de optimale stand en positie van de snijplaat
voor uiteenlopende maaihoogte-instellingen en
gazoncondities.
DAGELIJKSE AFSTELLINGEN
VOOR DE MAAI-EENHEID
Controleer elke dag voordat u gaat maaien, of zo vaak
als nodig is, elke maai-eenheid om na te gaan of het
contact tussen snijplaat en messenkooi correct is. Doe dit
zelfs als de maaikwaliteit acceptabel is.
1.
Schakel de motor uit en laat de maai-eenheden op
een hard oppervlak zakken.
2.
Draai de messenkooi langzaam in omgekeerde
richting en luister naar het contact tussen
messenkooi en snijplaat. Indien er geen duidelijk
contact is, draait u de stelknop voor de snijplaat met
de wijzers van de klok mee, klik voor klik, totdat
licht contact hoorbaar en voelbaar is.
3.
Indien u merkt dat er te stroef contact is, verdraait u
de stelknop van de snijplaat klik voor klik tegen de
wijzers van de klok in, totdat er geen contact meer
bestaat. Verdraai daarna de knop klik voor klik met
de wijzers van de klok mee totdat er een licht
contact bestaat.
BELANGRIJK
: Altijd licht contact wordt
geadviseerd, omdat anders de snijplaat en de
snijranden van de messenkooien zichzelf niet
scherpen. Indien het contact te zwaar is, zullen
de snijplaat en de messenkooi te snel slijten.
Ongelijke slijtage kan het gevolg zijn, hetgeen
nadelig is voor het maairesultaat.
Omdat de messen van de messenkooi langs de
NB:
snijplaat draaien, zal er lichte braamvorming
ontstaan aan de voorzijde van de snijrand over de
gehele lengte van de snijplaat. Door af en toe een
vijl over de voorste rand te halen om deze braam te
verwijderen, zal het maairesultaat worden verbeterd.
Na veelvuldig/langdurig gebruik zal er uiteindelijk een
richel worden gevormd aan beide uiteinden van de
snijplaat. Deze moet worden afgerond of gelijk gevijld
met de snijrand van de snijplaat om ervoor te zorgen dat
het maaien soepel verloopt.
Bediening
19

Advertenties

Inhoudsopgave
loading

Deze handleiding is ook geschikt voor:

020000200102002

Inhoudsopgave