3. ONLINEMODUS
3.5 USER SYSTEM MODE (GEBUIKERSYSTEEMMODUS)
3.5.1 OVERZICHT VAN USER SYSTEM MODE
1. De printer betreedt de user system mode met de volgende bewerkingen.
Terwijl de printer zich in de pauzetoestand bevindt, voert u een van de volgende bewerkingen uit:
Houd de [RESTART]-toets 3 seconden of langer ingedrukt.
Houd de [MODE]-toets 3 seconden of langer ingedrukt.
Terwijl de printer zich online bevindt, voert u de volgende bewerking uit:
Houd de [MODE]-toets 3 seconden of langer ingedrukt.
2. De user system mode is bedoeld voor de parametrering en andere instellingen.
3. De belangrijkste bewerkingen voor de user system mode worden hieronder beschreven.
Raadpleeg voor de toetsfuncties en display de handleiding B-EX6T met betrekking tot de werking van de
toetsen.
Display
USER SYSTEM MODE
▲
<1>EXIT
<2>SET PARAMETERS
<3>DETECTION LEVEL
<4>SYSTEM TOOLS
▼
Hoofdmenulijst
Overzicht van het hoofdmenu
<1>EXIT
<2>SET PARAMETERS
<3>DETECTION LEVEL
<4>SYSTEM TOOLS
<5>SHOW ISSUE CONDITION
<6>RESET
3.5.2 EXIT
De printer wordt teruggestuurd van de user system mode naar de onlinemodus. (Geen reset wordt uitgevoerd.)
Sommige parameterinstellingen worden gereset wanneer de Exit wordt uitgevoerd. De parameters die gereset
moeten worden, worden aangeduid met "Reset Req.". Andere parameters worden niet gereset
C1.6
Gebruikt om de printer in de onlinetoestand terug te brengen. (De printer
wordt niet gereset.)
Gebruikt om de parameters voor elke printerfunctie in te stellen.
Gebruikt om de drempelwaarden in te stellen.
Gebruikt om gegevens verzonden vanaf de host af te drukken of op te
slaan in het USB-geheugen.
Gebruikt om de afdrukcondities weer te geven (zoals het sensortype,
afdruksnelheid en richting).
Gebruikt om de printer te resetten.
NEDERLANDSE VERSIE
3.5 User System Mode (Gebruikersysteemmodus)
7
E3-