Parameter
'Modus van de
isolatiemeting'
'Drempelwaar-
de voor de iso-
latiewaarschu-
wing'
'Noodstroom'
Parameter
'Nominale
noodspanning'
'Noodstroom
onderspan-
ningsbeveili-
gingsgrens-
waarde U< [pu]'
'Noodstroom
onderspan-
ningsbeveili-
gingstijd U<'
'Noodstroom
overspannings-
beveiligings-
grenswaarde U>
[pu]'
'Noodstroom
overspannings-
beveiliging tijd
U>'
'Vertraging her-
start nood-
stroom'
'Herstartpogin-
gen nood-
stroom'
94
Waardebereik
Beschrijving
Nauwkeurig-
De isolatiebewaking wordt met de grootst
heid
mogelijke nauwkeurigheid uitgevoerd en
de gemeten isolatieweerstand wordt weer-
gegeven op de gebruikersinterface van de
omvormer.
Snel
De isolatiebewaking wordt minder nauw-
keurig uitgevoerd, waardoor de duur van
de isolatiemeting korter wordt en de isola-
tiewaarde niet op de gebruikersinterface
van de omvormer wordt weergegeven.
100.000 ‑
Als deze drempelwaarde niet wordt be-
10.000.000 Ω
reikt, wordt op de gebruikersinterface van
de omvormer de statuscode 1083 weerge-
geven.
Waardebereik
Beschrijving
220 ‑ 240 V
Is de nominale uitgangsfasespanning in
noodstroombedrijf.
0 ‑ 2 % V
De instelwaarde wordt gebruikt om de
grenswaarde voor het uitschakelen van de
noodstroomvoorziening in te stellen.
Bijv. instelwaarde 0,9 = 90% van de nomi-
nale spanning.
0,04 ‑ 20 s
Activeringstijd voor onderschrijding van de
grenswaarde van de noodstroomonder-
spanningsbeveiliging.
0 ‑ 2 % V
De instelwaarde wordt gebruikt om de
grenswaarde voor het uitschakelen van de
noodstroomvoorziening in te stellen.
Bijv. instelwaarde 1,1 = 110% van de nomi-
nale spanning.
0,04 ‑ 20 s
Activeringstijd voor het overschrijden van
de grenswaarde van de overspanningsbe-
veiliging voor noodstroom.
0 ‑ 600 s
Is de wachttijd voor de hervatting van de
noodstroomvoorziening na een uitschake-
ling.
1 ‑ 10
Is het max. aantal automatische herstart-
pogingen. Wanneer het max. aantal auto-
matische herstartpogingen is bereikt,
moet het servicebericht 1177 handmatig
worden bevestigd.