5
Licht meten
5-1. Omgevingslicht meten
Continu licht zoals natuurlijk (zon-) licht maar ook halogeenlicht of TL-buizen worden als
omgevingslicht gemeten.
Volgende meetmethodes bestaan :
•
Sluitertijdvoorkeur (T)
•
Diafragmavoorkeur (F)
•
TF (EV) voorkeur
•
Verlichtingssterkte (lux)
•
Verlichtingssterkte (fc)
•
Lumenantie cd/m
(met meetzoeker, afzonderlijk verkocht)
2
•
Lumenantie fl (met meetzoeker, afzonderlijk verkocht)
Methode wijzigen : zie 4.3 op p.25.
Sluiterijd en diafragma kunnen in volle, halve of 1/3de stop weergegeven worden (p.55 voor meer details)
•
Indien men tijd of diafragmainstelling wijzigt na de meting, wijzgt ook de gemeten waarde.
•
Door de Average/ΔEV knop (
•
De analoge schaal wijzigt naargelang de meetmodus, opvallend/gereflecteerd licht en middentonen. (p. 19 & p.53)
•
Zie p.42 voor details over metingen buiten het schermbereik of meetbereik
5-1-1. T Sluitertijdvoorkeur
1. Raak het meetmethodesymbool aan.
toets vervolgens op het
sluitertijdvoorkeur in te stellen en terug te keren
naar het meetscherm (p.25)
2. Stel ISO gevoeligheid in
3. Stel gewenste sluitertijd in.
4. Druk op de meetknop ⑧ op de zijkant van de
lichtmeter. Laat deze los om de meting te
beëindigen. Het gemeten diafragma bij ingestelde
tijd en ISO wordt weergegeven..
De lichtmeter blijft continu meten zolang de
meetknop ⑧ ingedrukt blijft.
) onderaan in te toetsen, activeert men de contrastfunctie. (p.50)
icoon om
27
.
Meetscherm
Sluitertijdvoorkeur
Gemeten waarde (f-stop)
instelling