9.1. Menu Beeld
Menu-item
BEELDMODUS
HELDERHEID
CONTRAST
KLEUR
SCHERPTE
TINT
KLEURTEMPE
RATUUR
GELUIDSRE
DUCTIE
BACKLIGHT
OVERSCAN
Beeld
Beeldmodus
Helderheid
Contrast
Kleur
Scherpte
Tint
Kleurtemperatuur
Geluidsreductie
Backlight
OverScan
Verandering
Bewegen
Beeldmodus selecteren: STANDAARD, DYNAMISCH, CINE
MA, GEBRUIKER. Deze functie komt overeen met de toets
P. M O D E .
Helderheid verlagen resp. verhogen (bereik 0-100).
Contrast verlagen resp. verhogen (bereik 0-100).
Kleurverzadiging verlagen resp. verhogen (bereik 0-100).
Scherpte verlagen resp. verhogen (bereik 0-100).
Kleurtintinstellingen alleen beschikbaar bij NTSC ontvangst
Kleurtemperatuur kiezen: KOEL, NORMAAL en WARM.
Met deze functie kunt u de ruis in het beeld verminderen en de
beeldkwaliteit verbeteren als het signaal zwak is. Kies uit UIT,
ZWAK, MIDDEN en STERKTE.
Hier kunt u de helderheid van de achtergrondverlichting indivi-
dueel instellen.
Zodra het beeldsignaal via een HDMI- of YpbPr-ingang binnen-
komt, is deze functie beschikbaar in het instellingsmenu Bild. U
kunt deze functie gebruiken om het beeld weer te geven in de
Overscan-modus (AAN) of in de modus 1:1 (UIT).
Standaard
50
50
50
50
0
Normaal
Zwak
80
Aan
Terug
MENU
Kiezen
Uitgang
OK
EXIT
Instelling
DE
FR
IT
NL
EN
37