4. Om een apparaat te verwijderen, dient u het te ontkoppelen, het in de tabel te selecteren
en op het pictogram Delete (Verwijderen) (pictogram pullenbak) te klikken.
Opmerking: Zoek voor meer informatie naar KBA-antwoord-ID 9423 op de
ondersteuningswebsite op http://support.wdc.com.
Configureren van UPnP
UPnP maakt het mogelijk voor netwerkapparaten om elkaar te detecteren en samen te
werken om een netwerk.
UPnP inschakelen:
1. Klik op het pictogram Advanced Settings icon (Geavanceerde instellingen) en
vervolgens op het pictogram Additional Features (Extra functies).
2. Klik op het tabblad Network UPnP (Netwerk UPnP).
3. Zorg er bij het inschakelen van UPnP voor dat de knop UPnP IGD op On (Aan) staat.
(UPnP staat standaard ingeschakeld.)
4. Klik op Save (Opslaan).
Port Forwarding inschakelen
In een privénetwerk wijst port forwarding internetverkeer dat binnenkomt in een specifieke
poort toe aan een specifiek apparaat in uw LAN, bijvoorbeeld een webserver. Port
forwarding is nuttig, bijvoorbeeld wanneer u een game host waarmee anderen verbinding
willen maken. Port forwarding maakt het mogelijk om informatie door te laten in plaats van
dat deze worden geblokkeerd vanwege de netwerkadresomzetting (NAT) van de router.
Port forwarding-regels maken:
1. Klik op het pictogram Advanced Settings (Geavanceerde instellingen) en vervolgens
op het pictogram Additional Settings (Extra instellingen).
2. Klik op het tabblad Port Forwarding (Poort doorsturen).
MY NET N900 CENTRAL ROUTER
GEBRUIKERSHANDLEIDING
GEAVANCEERDE TAKEN UITVOEREN
78