Onderhoud
Schema voor preventief
onderhoud
De bedrijfsomstandigheden van uw eigen systeem
bepalen hoe vaak onderhoud is vereist. Stel een
preventief onderhoudsschema op door te registreren
wanneer en welk type onderhoud nodig is; stel daarna
een periodiek schema vast om uw systeem te controleren.
Draai de
schroefdraadverbindingen aan
Controleer voor elk gebruik alle slangen op slijtage en
beschadigingen. Vervang ze, indien nodig. Controleer
of alle schroefdraadverbindingen goed vastzitten en
niet lekken.
Doorspoelen
Lees alle Waarschuwingen. Volg alle instructies
voor Aarding. Zie pagina 11.
Spoel de pomp:
•
vóórdat u hem voor het eerst gebruikt;
•
bij het wisselen van kleur of spuitvloeistoffen;
•
voordat u apparatuur repareert;
•
voordat de vloeistof opdroogt of neerslaat in een
stilstaande pomp (controleer de houdbaarheid
van gekatalyseerde vloeistoffen);
•
aan het eind van de dag;
•
voordat de pomp wordt opgeborgen.
Spoel op de laagst mogelijke druk. Spoel door met een
vloeistof die compatibel is met de door u gepompte
vloeistof en met de natte delen in uw systeem.
Informeer bij de fabrikant of leverancier van de vloeistof
welke spoelvloeistoffen aanbevolen zijn en hoe vaak
moet worden gespoeld.
3A1625K
1. Zie de Drukontlastingsprocedure, pagina 13.
2. Verwijder de tipbeschermer en de spuittip uit het
pistool. Lees de gebruikershandleiding die bij het
pistool is geleverd.
3. Plaats de sifonbuis in een geaarde metalen emmer
met reinigingsvloeistof.
4. Stel de pomp in op de laagst mogelijke vloeistofdruk
en start deze.
5. Houd een metalen gedeelte van het pistool stevig
tegen een geaarde metalen opvangbak.
6. Druk de trekker van het pistool in. Spoel het
systeem, totdat er helder oplosmiddel uit het
pistool stroomt.
7. Zie de Drukontlastingsprocedure, pagina 13.
8. Reinig de tipbeschermer, de spuitmond en het
vloeistoffilterelement afzonderlijk en breng ze
vervolgens weer aan.
9. Reinig de binnenkant en de buitenkant van
de aanzuigslang.
Onderhoud
15