6. GEBOGEN ZAAGSNEDES
- Verhoog de spanning van het zaaglint;
- beweeg de lintgeleiders naar de zaageenheid; - de tanden zijn te dun;
- verlaag de zaagdruk.
7. DE ZAAGSNEDE IS NIET CORRECT
- Beweeg de lintgeleiders naar de zaageenheid
8. LAWAAI ZAAGBLAD OP DE DRUKLAGERS - rugzijde lint afbramen of aanpassen;
- controleer uitlijning zaaglintwiel;
- controleer druklagers op slijtage; - de lassen zijn niet perfect.
9. HET ZAAGBLAD BUIGT POSITIEF - Verminder de zaagdruk;
- gebruik grotere tanden om de indringingsdiepte te verhogen; - beweeg de lintgeleiders naar de zaageenheid.
10. HET ZAAGLINT BUIGT NEGATIEF
- De rug van het zaaglint spant tegen de bovenste druklagerbandgeleiders. Controleer of de speling tussen de rugzijde van het zaaglint
en de rand van het zaaglintwiel steeds dezelfde is door het lint te bewegen en te stoppen;
- controleer de uitlijning van de zaaglintwielen.
11. TRAAG ZAGEN, DUNNE SPANEN - Verhoog de snelheid van de zaaglintwielen; - Verhoog de zaagdruk;
- gebruik grotere tanden;
- gebruik een geschikte koelvloeistof.
12. VOORTIJDIG VERLIES VAN DE ZIJDELINGSE INSTELLING - Verminder de snelheid van de zaaglintwielen;
- verhoog de distributie van de koelvloeistof.
13. HET ZAAGBLAD KRULT ALS EEN VEER - Verminder de zaagdruk;
- verminder de spanning van het zaaglint;
- overmatige druk op de bandgeleiders: stel deze in; - beweeg de lintgeleiders naar de zaageenheid.
14. SPAAN BLIJFT AAN TANDEN KLEVEN / SPAAN IS TE GROOT - Verminder de zaagdruk
- gebruik de juiste koelvloeistof en in de juiste hoeveelheid;
- controleer de slijtage van de gebruikte borstel om de spanen uit de groeven te borstelen.
AUTO MATIS CHE HY DR AUL IS CHE M ETA A L L IN TZA AG BS 400/60 A FI-NC MET NUM ERIEK E BES TURIN G, BRT
44