Instelling
Beschrijving
Instelling
Beschrijving
Temperatuur boven ingestelde waarde (N-zone) tussen verwarming en
koeling
Voor de DX-machine moet 3 minuten tussen iedere start zitten
Het luchtvolume moet boven een minimumwaarde zitten (DX-start)
Warmteterugwinning (HR) output bij 0% (0 V)
Proefdraaien
De koeler zal starten als aan bovenstaande criteria is voldaan. Als het instelpunt is
o
ingesteld op 20
C en de eindzone is ingesteld op 3
uitschakelen als de hoofdsensor een temperatuur registreert onder de 20
afvoercontrole (wat zeer wordt aanbevolen) kan de minimumtemperatuur van de
toevoerlucht worden ingesteld om druk te voorkomen. Aanbevolen wordt deze waarde
in te stellen om te vaak in-/uitschakelen van de koeler te voorkomen (verlengt de
levensduur van de koeler).
Menu
Configuratie
Controlemodus
Parameternaam
CoolingMode
5.7 Soort warmteterugwinning kiezen
Keuze van de te gebruiken warmteterugwinning. De beide alternatieven zijn een rotor
of kruiswarmtewisselaar.
Menu
Configuratie
Controlemodus
Parameternaam
TypeOfHX
5.8 Modus toevoerventilator kiezen
Keuze van de te gebruiken bediening voor de toevoerventilator. De alternatieven:
Prsl = Bediening op basis van de interne druksensoren (Pressure)
ExRg = Bediening met een externe regeling/controller die een 0-10 V signaal naar
de Saphir stuurt dat direct wordt doorgestuurd naar de ventilatorregeling (met of
zonder beperking). De externe regeling kan een VAV of CO2 e.d. zijn, mits deze
maar 0-10 V geeft. Het instelpunt wordt ingesteld op een extern apparaat (niet op
de handterminal). In deze stand kan de beperking van de ventilatoren met behulp
van de interne druk(vol)sensoren worden geactiveerd.
Cvol = Controle op basis van de interne druksensoren (Constant Air Volume)
CO2 = Alleen als CO
SENSOREN (geen regelaar) worden gebruikt en
2
aangesloten op de Saphir. Instelpunten (in % niet ppm) worden ingesteld op de
handterminal; de Saphir voert de bediening uit. De CO
aangesloten op de externe sensoraansluitingen op de Saphir. In deze stand kan de
beperking van de ventilatoren met behulp van de interne druk(vol)sensoren worden
geactiveerd. Instelpunten (inclusief beperkende instelpunten enz.) worden
ingesteld in het menu: -Instelpunten: CO
PrES = wanneer de drukSENSOREN (niet de regulator) wordt gebruikt en wordt
aangesloten op de externe sensoraansluitingen op de Saphir. De instelpunten
worden ingesteld op de handterminal. De controle wordt geregeld door de Saphir.
Basic Documentation CS 1000
FLEXIT AS
o
C, zal de koeler starten bij 23
CoolingMode
Instelbereik
Standaardwaarde
1-10/DXb/DXl
DXl
TypeOfHX
Instelbereik
Standaardwaarde
Rot/Plt
Rot
sensoren worden
2
controller.
2
o
C en
o
C. Bij een
73/103
94204NL