4 Installatie
Eindaansluiting op een inwendige goot- en ontluchtingspijp
a
b
a
Luchtbreker
b
Inwendige goot- en ontluchtingspijp
Eindaansluiting op een extern afvoersysteem
a
Open uiteinde rechtstreeks in de goot, onder de grond
maar boven het waterpeil
Eindaansluiting op een speciaal hiervoor gemaakte uitwendige
zinkput
b
a
Open uiteinde rechtstreeks in de goot, onder de grond
maar boven het waterpeil
b
Gootsteen, wasbak, bad of douche
OPMERKING
Gebruik
indien
nodig
wanneer het eindpunt van de condensatieleiding zich
onder een zinkput bevindt.
4.8.9
Richtlijnen om de boiler aan te sluiten op
het rookgasafvoersysteem
GEVAAR
Risico op vergiftiging ten gevolge van rookgas dat ontsnapt
in afgesloten ruimten die niet op passende wijze worden
geventileerd.
Installatiehandleiding
18
≥450 mm
a
a
een
condensatie-afvoerpomp
VOORZICHTIG
Het type rookgas dat wordt gebruikt, moet worden vermeld
op het identificatielabel.
Goedgekeurde rookgasafvoersystemen
Kies het type rookgas op basis van de plaats van installatie.
Goedgekeurde
types
rookgas
identificatielabel.
Eindpunt rookgasafvoersysteem
De posities van de eindstukken op het dak of in de wand ten
opzichte
van
de
openingen
overeenstemming zijn met de nationale voorschriften.
▪ De boiler moet zodanig worden geïnstalleerd dat het eindstuk is
blootgesteld aan de buitenlucht.
▪ De positie van het eindstuk moet zo gekozen worden dat er op elk
moment lucht vrij doorheen kan bewegen.
▪ Er kan pluimvorming optreden op het eindpunt van het systeem.
Posities waar dit overlast kan veroorzaken, moeten worden
vermeden.
▪ Voor rookgasafvoerleidingen door enkelvoudige wanden, moet de
minimale afstand tot een brandbaar materiaal 25 mm bedragen.
Voor luchtinlaatleidingen en concentrische systemen mag de
afstand tot een brandbaar materiaal 0 (nul) mm bedragen.
▪ Het is van het grootste belang dat u ervoor zorgt dat
verbrandingsproducten die via het eindstuk worden afgevoerd,
niet opnieuw kunnen terechtkomen in het gebouw of andere
gebouwen via ventilatoren, ramen, deuren, andere bronnen van
verse-luchtinlaat of gedwongen ventilatie.
▪ De rookgasafvoerleiding moet minstens 50 cm lang zijn.
4.8.10
Geschikte rookgasafvoersystemen
In
dit
deel
wordt
informatie
rookgasafvoersystemen. De montage-instructies voor een correcte
installatie van de systemen zitten in de verpakking bij de onderdelen,
samen met instructies om de leidingen in voorkomend geval te
versnijden.
OPMERKING
Optionele
onderdelen
rechthoekige vensters, worden gebruikt waar nodig.
Type C13x (concentrisch rookgasafvoersysteem)
De boiler trekt van buitenaf verbrandingslucht aan via een
concentrische coaxiale leiding die is aangesloten op de buitenwand
en voert rookgas naar buiten toe af via de buitenwand.
D2CND028+035A1/4AA + D2TND028+035A4AA
worden
vermeld
op
het
voor
ventilatie
moeten
gegeven
over
verschillende
die
worden
getoond
in
de
Wandgemonteerde condensatieboiler
3P469346-5E – 2017.06
in