Modbus interface
(3) Wijzigen van de central controller ID
• Wijzig SW1 in 1-F en druk op SW4.
• Als u een Modbus-interface gebruikt met een centraal bedieningsapparaat dat niet compatibel is met Uh Line,
stelt u "oude controller" in.
Central controller ID7
Central controller ID8
Central controller ID9
Central controller ID10
Central controller ID11
Central controller ID12
Central controller ID13
Central controller ID14
Central controller ID15
Central controller ID16
Central controller ID17
Central controller ID18
Central controller ID19
Central controller ID20 (beginwaarde)
Oude controller
OPMERKING
Omdat het Uh Line compatibele centraal bedieningsapparaat gebruik maakt van een central controller ID van
een hoge orde, kan het instellen van de central controller ID1 tot en met ID6 niet met de Modbus-interface
worden gedaan.
(4) Afsluiten van de instellingsmodus central controller ID
• Schakel bit1 van SW3 uit.
• Zet SW1 terug naar de waarde van het Modbus-slave-adres.
BELANGRIJK
Onmiddellijk na het inschakelen van de spanning voor de Modbus-interface, is de SW1-waarde het Modbus-
slave-adres.
Als bij het inschakelen van de spanning de waarde van SW1 die van de central controller ID is of 0 is, zal de
Modbus-interface niet goed werken.
Bij het afsluiten van de instellingsmodus voor de central controller ID, moet u de waarde van SW1 terugbrengen
naar die van het Modbus-slave-adres.
Central controller ID
Installatiehandleiding
SW1
1
2
3
4
5
6
7
8
9
A
B
C
D
E
F
16-NL