1. Voer in het onderdeel Manual Added Device (Handmatig toegevoegd apparaat) van het
scherm het IP-adres, MAC-adres en de apparaatnaam van het apparaat in.
2. Klik op Add/Update (Toevoegen/Bijwerken). De apparaatinformatie vult de apparaattabel
hieronder.
3. Om een apparaat bij te werken, selecteert u het en klikt u op het pictogram Edit
(Bewerken). Bewerk de informatie en klik op Add/Update (Toevoegen/bijwerken).
4. Om een apparaat te verwijderen, dient u het te ontkoppelen, het in de tabel te selecteren
en op het pictogram Delete (Verwijderen) (pictogram pullenbak) te klikken.
Opmerking: Zoek voor meer informatie naar KBA-antwoord-ID 9423 op de website
voor klantenondersteuning op http://support.wdc.com.
Configureren van UPnP
UPnP maakt het mogelijk voor netwerkapparaten om elkaar te detecteren en samen
te werken om een netwerk. Voor de router maakt UPnP het voor bepaalde toepassingen
die op uw lokale netwerk actief zijn mogelijk om automatisch port forwarding-regels te
configureren zodat internetcomputers ermee kunnen communiceren. Een UPnP-compatibele
FTP-server configureert bijvoorbeeld automatisch de router om poort 21 ernaar door te
sturen, zodat computers op het internet uw server kunnen bereiken.
1. Klik op het pictogram Additional Features (Extra functies) op het scherm
Geavanceerde instellingen.
2. Klik op het tabblad Network UPnP (Netwerk UPnP):
3. Om UPnP in te schakelen, stelt u de UPnP IGD (Internet Gateway Device)-knop in op
On (Aan) (standaard).
4. Klik op Save (Opslaan).
Port Forwarding inschakelen
In een privénetwerk wijst port forwarding internetverkeer dat binnenkomt in een specifieke
poort toe aan een specifiek apparaat in uw LAN, bijvoorbeeld een webserver. Port forwarding
is nuttig, bijvoorbeeld wanneer u een game host waarmee anderen verbinding willen maken.
Port forwarding maakt het mogelijk om informatie door te laten in plaats van dat deze
worden geblokkeerd vanwege de netwerkadresomzetting (NAT) van de router.
MY NET AC1300 ROUTER
GEBRUIKERSHANDLEIDING
GEAVANCEERDE TAKEN UITVOEREN
54